Hoe werkt een groepenkast?
Het licht in de keuken valt uit. U staat met de zaklamp van uw telefoon voor de meterkast en ziet een rij schakelaars, waarvan er één omlaag staat. Wat is dat voor schakelaar, en waarom doen de andere het nog? Hieronder leest u wat elk onderdeel van de groepenkast doet en wat het zegt als er iets afslaat.
Kort antwoord
Een groepenkast verdeelt de stroom in huis over losse stroomkringen, de groepen. Met de hoofdschakelaar zet u de hele installatie in één keer uit. Een aardlekschakelaar schakelt af als er ergens stroom weglekt, bijvoorbeeld via een defect apparaat, en zet dan meestal meerdere groepen tegelijk uit. Een installatieautomaat schakelt één groep af bij overbelasting of kortsluiting. Welk onderdeel afslaat, zegt dus al iets over de oorzaak.
Op deze pagina (8)
Meterkast en groepenkast: twee verschillende dingen
De meterkast is de ruimte waar de stroom van het net uw huis binnenkomt en waar uw verbruik wordt gemeten. Een deel van wat daar zit, hoort bij de netbeheerder. Dat deel blijft dicht: daar komt u niet aan.
De groepenkast zit meestal in diezelfde meterkast, maar hoort bij de installatie in uw huis. Vanuit de groepenkast gaat de stroom via aparte leidingen naar de kamers, de stopcontacten, de lampen en de grote apparaten. Over dat deel gaat dit artikel.
In een kantoor of bedrijfspand heet de groepenkast vaak een verdeler. Het idee is hetzelfde: de stroom wordt verdeeld over groepen, en elke groep heeft een eigen beveiliging.
Of uw huis een 1-fase of een 3-fase aansluiting heeft, is een apart onderwerp. Dat verschil leggen we uit in een eigen artikel in de Kennisbank.
De groepenkast in vier lagen
U kunt een groepenkast zien als vier lagen achter elkaar. De stroom gaat eerst door de hoofdschakelaar, dan door een aardlekschakelaar en daarna door de automaat van een groep. Via die groep bereikt de stroom de stopcontacten, lampen of apparaten in een deel van het huis.
Waar elk onderdeel precies zit, verschilt per kast. De volgorde is wat telt. Elk onderdeel let op iets anders. Daarom zegt het al veel welke schakelaar is afgeslagen.
De vier lagen in één overzicht
| Onderdeel | Wat het doet | Wat u merkt als het reageert | Wat u zelf kunt doen |
|---|---|---|---|
| Hoofdschakelaar | Zet de hele installatie achter de meter in één keer uit | Alles in huis is zonder stroom | Met de hand bedienen; verder niets aan de kast doen |
| Aardlekschakelaar | Schakelt af als er ergens stroom weglekt | Meerdere groepen tegelijk zonder stroom | Twee keer per jaar testen; na een storing één keer terugzetten |
| Installatieautomaat | Schakelt één groep af bij overbelasting of kortsluiting | Eén groep zonder stroom, de rest doet het nog | Apparaten op die groep uitzetten en één keer terugzetten |
| Groep | Brengt de stroom naar een deel van het huis of naar één groot apparaat | De stopcontacten en lampen in dat deel doen het niet | Zware apparaten over verschillende groepen verdelen |
Een aardlekautomaat doet het werk van een aardlekschakelaar en een automaat samen, voor één groep.
De hoofdschakelaar
Met de hoofdschakelaar maakt u de hele installatie achter de meter in één keer spanningsloos: er staat dan geen spanning meer op de groepen. Een installateur zet hem bijvoorbeeld uit voordat hij aan de kast werkt.
Ook met de hoofdschakelaar uit blijft er spanning staan op alles wat ervoor zit, in het deel van de netbeheerder. Weet u niet welke schakelaar de hoofdschakelaar is? Vraag het bij een volgend bezoek aan uw installateur.
De aardlekschakelaar
Een aardlekschakelaar bewaakt of er ergens stroom weglekt. Weglekken betekent dat stroom niet via de normale weg terugloopt, maar een andere route zoekt. Bijvoorbeeld via een defect apparaat, via vocht in een buitenlamp, of via iemand die een onderdeel onder spanning aanraakt. Merkt de aardlekschakelaar zo'n lek op, dan schakelt hij af.
Hij is er om het risico op een elektrische schok en op brand te beperken. Volledige bescherming geeft hij niet. Techniek Nederland wijst erop dat een defecte aardlekschakelaar samen met een fout in de installatie tot een schok of brand kan leiden. Daarom heeft hij een testknop.
Achter één aardlekschakelaar zitten meestal meerdere groepen. Schakelt hij af, dan vallen die groepen tegelijk uit. Op te veel stroom let een aardlekschakelaar niet. Dat is het werk van de automaat.
De installatieautomaat
Bij elke groep hoort een beveiliging tegen te veel stroom. Meestal is dat een installatieautomaat, kortweg automaat. In de volksmond heet hij ook wel zekering. De automaat schakelt zijn groep af als er te veel stroom door loopt. Dat kan twee oorzaken hebben.
- Overbelasting: er staan te veel apparaten tegelijk aan op één groep. Bij een kleine overschrijding kan het even duren voordat de automaat afschakelt.
- Kortsluiting: door een defect loopt er in één keer heel veel stroom. De automaat schakelt dan direct af.
Zo voorkomt de automaat dat de leidingen van die groep te warm worden. Op de automaat staat een getal, bijvoorbeeld 16. Dat is de stroomsterkte in ampère waarop hij is afgestemd. Verderop rekenen we uit wat dat getal betekent.
De groep
Een groep is één stroomkring: een leiding vanuit de kast naar een aantal stopcontacten en lampen, of naar één groot apparaat.
Grote verbruikers krijgen vaak een eigen groep. Dan delen ze de stroom niet met andere apparaten, en valt bij een storing niet meteen een groter deel van het huis uit.
De aardlekautomaat
In sommige kasten heeft een groep een aardlekautomaat. Dat onderdeel combineert de taak van een aardlekschakelaar en die van een automaat, voor één groep. Gaat er op die groep iets mis, dan valt alleen die groep uit en blijft de rest werken. Welke opbouw bij een kast past, hangt af van de situatie. Dat is een vraag voor een installateur.
Wat een groep aankan
Het getal op de automaat zegt iets over hoeveel vermogen u tegelijk op één groep kunt gebruiken. Een rekenvoorbeeld maakt dat concreet. Het laat ook zien waar de grens van zo'n berekening ligt.
Aannames: één groep op 230 volt, beveiligd met een automaat van 16 ampère, met apparaten die vooral warmte maken, zoals een waterkoker of een kachel. Vermogen in watt is spanning maal stroom.
- Spanning
- 230 V
- Stroom waarop de automaat is afgestemd
- 16 A
- Vermogen
- 230 V × 16 A = 3.680 W
Ongeveer 3.680 W, afgerond 3,7 kW, voor die ene groep.
Wat dit wel en niet betekent: Wat het wel betekent: gebruikt u op deze groep langere tijd duidelijk meer dan ongeveer 3,7 kW tegelijk, dan schakelt de automaat op den duur af. Wat het niet betekent: dat elke groep van 16 A langdurig 3,7 kW mag leveren, of dat u tot dat getal veilig apparaten kunt bijzetten. Wat een groep veilig draagt, hangt ook af van de kabel: de doorsnede, het type, de aanlegwijze, de lengte, de temperatuur eromheen, hoeveel kabels bij elkaar liggen en de beveiliging. Eén vast getal bestaat niet.
Twee apparaten op één groep
Stel: een waterkoker van 2.000 W en een elektrische kachel van 2.000 W staan tegelijk aan op dezelfde groep. Samen is dat 4.000 W, meer dan de ongeveer 3.680 W uit het voorbeeld. Blijven ze lang genoeg samen aan, dan schakelt de automaat af. Op twee verschillende groepen gaat het wel.
Groepen optellen werkt niet
Tien groepen van 16 A zijn op papier samen ongeveer 37 kW. Dat is niet wat uw huis tegelijk kan gebruiken: de bovengrens is de aansluiting, niet de som van de groepen.
Staan grote verbruikers zoals een laadpaal, een kookplaat en een warmtepomp tegelijk vol aan, dan kan de hoofdbeveiliging van de aansluiting eruit gaan. Dan is het hele huis zonder stroom.
Er staat iets omlaag: wat zegt dat?
Welk onderdeel is afgeslagen, wijst de richting van de oorzaak. Kijk eerst alleen naar de voorkant van de kast, zonder iets te openen.
Wat staat er omlaag?
- Eén automaat. Eén groep is zonder stroom, de rest doet het nog. Meestal stonden er te veel apparaten tegelijk aan op die groep, of maakt een apparaat of een leiding kortsluiting.
- Een aardlekschakelaar. Alle groepen erachter zijn zonder stroom. Ergens achter die aardlekschakelaar lekt stroom weg, meestal door één apparaat of op één groep.
- Alles is donker. Kijk of de hoofdschakelaar uit staat en of de buren ook zonder stroom zitten. Staat er in uw kast niets omlaag, dan ligt de storing mogelijk bij de aansluiting of bij de netbeheerder. Het deel van de netbeheerder blijft dicht.
Voorbeeld: één kast, twee storingen
| Wat gebeurt er? | Wat slaat af? | Wat valt weg? |
|---|---|---|
| Een boiler op groep 3 lekt stroom | De aardlekschakelaar waar groep 3 achter zit | Alle groepen achter die aardlekschakelaar |
| Oven en waterkoker staan tegelijk aan op groep 6 | Alleen de automaat van groep 6 | Alleen groep 6 |
Het aantal groepen per aardlekschakelaar in dit voorbeeld is een aanname. Het is geen ontwerpregel en geen norm.
Wat u zelf kunt doen na een storing
- Zet de apparaten op de groep die uitviel uit, of haal de stekkers uit het stopcontact.
- Zet de schakelaar die omlaag staat één keer terug.
- Noteer wanneer het gebeurde en wat er op dat moment aanstond. Dat helpt bij het zoeken naar de oorzaak.
Wat u zelf doet en wat niet
Aan de voorkant van de groepenkast kunt u een paar dingen veilig zelf doen. De afdekkap, het front waar de schakelaars doorheen steken, blijft altijd op zijn plek: daarachter zitten delen onder spanning. Techniek Nederland raadt af om zelf aan de elektrische installatie te klussen.
Dit kunt u zelf doen
- De testknop gebruiken. Techniek Nederland adviseert de aardlekschakelaar twee keer per jaar te testen, bijvoorbeeld als de klok wordt verzet. Bij een goede test schakelt hij af en zijn de groepen erachter even zonder stroom. Zet hem daarna weer aan.
- De meterkast leeg houden. Techniek Nederland adviseert er niets in op te bergen. Zo blijft de kast goed bereikbaar.
- Het groepenoverzicht bijhouden. Dat is de kaart of sticker op of bij de kast die laat zien welke groep bij welke ruimte hoort. Bij een storing weet u dan sneller waar u moet kijken.
- Een foto maken als een installateur daarom vraagt. Fotografeer alleen de voorkant zoals die er nu bij staat. Open of verwijder niets.
Aan welke regels voldoet een groepenkast?
NEN 1010 is de Nederlandse norm voor laagspanningsinstallaties, zoals de elektrische installatie in een woning of een bedrijfspand. De actuele uitgave is NEN 1010:2020+C1:2024 (stand 12 oktober 2026).
Nieuwe installaties, uitbreidingen en wijzigingen worden ontworpen en aangelegd volgens die uitgave. Dat geldt ook voor de delen van de bestaande installatie die door een wijziging worden geraakt. Laat u een groep bijplaatsen of de kast vervangen, dan is dat zo'n wijziging.
Een bestaande installatie die u niet aanpast, hoeft niet vanzelf aan de nieuwste uitgave te voldoen. Of uw kast nog past bij wat u gebruikt, is een andere vraag. Die beantwoordt een installateur bij een beoordeling ter plaatse.
De status van de norm kunt u nalezen op de themapagina van NEN over NEN 1010.
Veelgemaakte misverstanden
- “De aardlekschakelaar beschermt ook tegen overbelasting.”
- Nee. Een aardlekschakelaar let op stroom die weglekt. Te veel stroom op een groep is het terrein van de automaat. Alleen een aardlekautomaat combineert die twee taken.
- “Terugzetten lost het op.”
- Terugzetten lost het moment op, niet de oorzaak. Slaat dezelfde schakelaar steeds af, dan zit er ergens iets dat gevonden moet worden: één apparaat, één groep of de optelsom van veel kleine lekstromen.
- “Een oude groepenkast is altijd onveilig.”
- Leeftijd alleen zegt weinig. Het gaat erom wat er in en aan de kast zit: is er aardlekbeveiliging, zijn er groepen vrij, en kan de kast aan wat erbij komt, zoals een inductiekookplaat, een warmtepomp of een laadpaal?
Wanneer schakelt u een vakman in?
Schakel een installateur in als een van deze situaties bij u speelt.
- De aardlekschakelaar schakelt bij de test niet af.
- Een automaat of aardlekschakelaar slaat vaker af, ook als terugzetten lukt.
- U merkt warmte, brandlucht of verkleuring bij de kast of bij een stopcontact.
- Er zit geen aardlekbeveiliging in uw groepenkast.
- De groepen zitten vol en u wilt een groep toevoegen.
- Er komt iets zwaars bij, zoals een inductiekookplaat, een warmtepomp of een laadpaal.
Bij Eplus beginnen we met wat er al is: hoe de aansluiting en de kast zijn opgebouwd, hoeveel groepen er vrij zijn, welke aardlekbeveiliging erin zit en wat u de komende jaren nog wilt aansluiten. Lees meer over ons werk aan groepenkasten en meterkasten. Gaat het om een kantoor of bedrijfspand, kijk dan bij elektrotechniek voor bedrijfspanden.
Wat een nieuwe of uitgebreide groepenkast kost, hangt af van uw situatie. Daarover gaat een apart artikel in de Kennisbank. Meer korte antwoorden over de groepenkast en de meterkast vindt u op de Kennisbank-pagina over elektra.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een meterkast en een groepenkast?
De meterkast is de ruimte waar de stroom van het net binnenkomt en waar uw verbruik wordt gemeten. Een deel daarvan hoort bij de netbeheerder en blijft dicht. De groepenkast zit meestal in die meterkast en hoort bij de installatie in uw huis: hij verdeelt de stroom over de groepen.
Waarom slaat mijn aardlekschakelaar steeds af?
Meestal maakt één apparaat of één groep lekstroom, bijvoorbeeld een boiler, een buitenlamp waar water in is gekomen of een oude wasmachine. Soms is het de optelsom van veel kleine lekstromen achter één aardlekschakelaar. Terugzetten lost het moment op, niet de oorzaak. Slaat hij steeds opnieuw af, laat dan uitzoeken welke groep het veroorzaakt en waarom.
Hoe vaak druk ik op de testknop van de aardlekschakelaar?
Techniek Nederland adviseert twee keer per jaar, bijvoorbeeld als de klok wordt verzet. Bij een goede test schakelt de aardlekschakelaar af en zijn de groepen erachter even zonder stroom. Zet hem daarna weer aan. Schakelt hij bij de test niet af, laat dan een installateur komen.
Mag ik zelf een groep bijplaatsen?
Wij raden het af, net als Techniek Nederland: klus niet zelf aan de elektrische installatie. Voor een extra groep moet de kast open, en daarachter zitten delen onder spanning. Een extra groep is bovendien een wijziging van de installatie, en die wordt aangelegd volgens NEN 1010:2020+C1:2024. Een installateur kijkt daarbij ook of de kast en de aansluiting de extra groep aankunnen.
Wanneer is een groepenkast aan vervanging toe?
Leeftijd alleen zegt weinig. Redenen om te vervangen of uit te breiden zijn: er zit geen aardlekbeveiliging in, de groepen zitten vol, of er komt iets bij dat de kast niet aankan, zoals een inductiekookplaat, een warmtepomp of een laadpaal.
Hulp van Eplus
Bronnen
- NEN 1010:2020+C1:2024, status van de norm, NEN, NEN 1010:2020+C1:2024. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- NEN 1010 Laagspanningsinstallaties (themapagina), NEN, NEN 1010:2020+C1:2024. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- Test aardlekschakelaar kan ongelukken voorkomen, Techniek Nederland. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
