Laden

Zakelijke laadpalen: installatie, verrekening en uitbreiding

De eerste bestelbussen van uw bedrijf worden elektrisch, en medewerkers vragen of ze op het terrein kunnen laden. Dan gaat het al snel over meer dan een paar laadpalen neerzetten. Hoeveel kan de aansluiting hebben, hoe weet u wie wat heeft geladen, en wat als er straks meer auto's bijkomen? Die drie vragen lopen we hieronder langs.

Kort antwoord

Zakelijke laadpalen installeren begint bij de aansluiting. Die bepaalt hoeveel vermogen alle laadpunten samen krijgen, naast wat het pand zelf gebruikt. Met load balancing verdeelt een regeling die ruimte over de auto's die laden. Laadpassen en een beheerplatform leggen vast wie wat laadt, zodat u kunt verrekenen. Houd vooraf ruimte vrij voor uitbreiding: een zwaardere aansluiting kan in Noord-Holland lang op zich laten wachten.

Op deze pagina (7)
  1. Begin bij de vraag: wie laadt er, en hoe lang?
  2. De aansluiting bepaalt hoeveel er tegelijk kan
  3. Installatie: verdeler, groepen en kabelroute
  4. Verrekenen: wie heeft wat geladen?
  5. Uitbreiden en netcongestie
  6. Veelgemaakte misverstanden
  7. Wanneer schakelt u een vakman in?

Begin bij de vraag: wie laadt er, en hoe lang?

Een plan voor laadpunten begint niet bij het type laadpaal, maar bij de auto's. Hoeveel auto's laden er, hoe lang staan ze op het terrein en hoeveel moeten ze bijladen voordat ze weer vertrekken? Een bestelbus die 's nachts blijft staan, vraagt iets anders dan de auto van een bezoeker die een uur blijft.

Een laadpaal kan één of twee laadpunten hebben: plekken waar telkens één auto laadt. Voor de berekening telt het aantal laadpunten, niet het aantal palen.

Vier groepen gebruikers

  • Het eigen wagenpark. Bedrijfsauto's en bestelbussen die vaak lang op het terrein staan, bijvoorbeeld 's nachts of tussen twee ritten.
  • Medewerkers. Een eigen auto of leaseauto die tijdens werktijd laadt. De standtijd is lang, de laadbehoefte verschilt per persoon.
  • Bezoekers en klanten. Korte standtijd en steeds andere auto's. Hier speelt de vraag of zij mogen laden, en tegen welk tarief.
  • Huurders op een gedeeld terrein. Meerdere bedrijven op één aansluiting, met de vraag wie welk verbruik betaalt.

Een lange standtijd betekent dat een laag laadvermogen per auto vaak genoeg is. Hoeveel laadpunten er kunnen, hangt dan vooral af van het vermogen dat de aansluiting overlaat.

De aansluiting bepaalt hoeveel er tegelijk kan

Alle laadpunten samen delen de aansluiting van het pand met alles wat er verder stroom gebruikt: verlichting, verwarming, machines of een warmtepomp. Op het drukste moment van de dag moet dat totaal binnen de grens van de aansluiting blijven.

Kleinverbruikaansluitingen lopen tot en met 3x80A. Alles daarboven is grootverbruik. Een 3x80A-aansluiting staat volgens Liander indicatief voor ongeveer 55 kW. Aan zulke kW-waarden kunt u geen rechten ontlenen.

Zet daar het vermogen van laadpunten naast. Milieu Centraal noemt voor laden op 1-fase maximaal ongeveer 3,7 kW en op 3-fase 7,4 of 11 kW. Boven 11 kW spreekt Milieu Centraal van hoog vermogen, zoals 22 kW. Zes laadpunten van 11 kW vragen op vol vermogen samen 66 kW. Dat is meer dan de indicatieve 55 kW van een 3x80A-aansluiting, nog voordat het pand zelf iets gebruikt.

Ook de auto telt mee: volgens Milieu Centraal begrenst de boordlader, de lader in de auto zelf, hoe snel een auto laadt. Een laadpunt van 22 kW maakt een auto met een kleinere boordlader dus niet sneller vol.

Rekenvoorbeeld: vier auto's op één aansluiting

Aannames, allemaal zelf gekozen: vier laadpunten op 3-fase, elk tot 11 kW. Naast wat het pand op het drukste moment gebruikt, blijft er op de aansluiting 32 A per fase over voor laden, bij 230 V per fase. De auto's laden op drie fasen, staan acht uur op het terrein en moeten elk 20 kWh bijladen. Laadverliezen en een veiligheidsmarge rekenen we niet mee.

Vraag zonder sturing
4 × 11 kW = 44 kW
Ruimte voor laden
3 × 230 V × 32 A ≈ 22 kW
Per auto als alle vier tegelijk laden
22 kW ÷ 4 ≈ 5,5 kW, dat is 8 A per fase
Wat een auto in acht uur kan laden
5,5 kW × 8 uur ≈ 44 kWh
Wat een auto nodig heeft
20 kWh (aanname)

Zonder sturing vragen de vier laadpunten twee keer zoveel als er beschikbaar is. Met load balancing krijgt elke auto ongeveer 5,5 kW, en dat is in acht uur ruim genoeg voor de 20 kWh uit het voorbeeld.

Wat dit wel en niet betekent: Wat het wel laat zien: standtijd en laadbehoefte zeggen meer dan het maximale vermogen per laadpunt. Wat het niet betekent: dat dit voor uw terrein geldt, of dat een marge overbodig is. De ruimte hangt af van uw aansluiting en van wat het pand tegelijk gebruikt. Laadt een auto op één fase, of wordt de ruimte per auto te klein, dan valt de verdeling anders uit of laden auto's om beurten. De kW-waarden zijn afgerond en theoretisch.

Installatie: verdeler, groepen en kabelroute

Achter de aansluiting begint de installatie van het pand. Bij meerdere laadpunten komt er vaak een aparte verdeler voor de laadpunten, dicht bij de parkeerplaatsen. Een verdeler is de zakelijke tegenhanger van een groepenkast: hij verdeelt de stroom over groepen, elk met een eigen beveiliging.

Elk laadpunt krijgt meestal een eigen groep, met een beveiliging tegen te veel stroom en tegen lekstroom. Welke beveiliging past, hangt af van de laadpaal en van de rest van de installatie. Dat bepaalt de installateur bij het ontwerp.

Waar een installateur vooraf naar kijkt

  • De hoofdverdeler. Is er plaats voor een voeding naar de verdeler van de laadpunten, en kan de hoofdverdeler die belasting aan?
  • De kabelroute. Door het pand, langs de gevel of onder de bestrating. Graafwerk en herstel van bestrating horen bij de planning.
  • De kabeldikte. Die hangt af van de stroom, de lengte, het kabeltype, de aanlegwijze en hoeveel kabels bij elkaar liggen. Eén vast getal bestaat niet.
  • Plaats en bescherming. Laadpalen staan waar auto's manoeuvreren. Een aanrijdbeveiliging voorkomt schade.
  • Verbinding. Voor sturing en registratie hebben de laadpalen een verbinding nodig, via een netwerkkabel of mobiel.
  • Ruimte voor later. Wie toch graaft, kan extra mantelbuizen meeleggen: lege buizen waar later kabels doorheen kunnen.

Load balancing over meerdere laadpunten

Bij meerdere laadpunten verdeelt load balancing, ook wel lastverdeling, de ruimte op de aansluiting over de laadpunten. De regeling houdt rekening met wat het pand gebruikt en geeft de rest aan de auto's die laden. Het rekenvoorbeeld hierboven laat zien wat dat per auto kan betekenen.

Voor laden thuis zegt Milieu Centraal dat load balancing niet hoeft, maar wel wordt aangeraden. Bij meerdere laadpunten op één aansluiting ligt het nog meer voor de hand: zonder sturing komen ze samen al snel boven de grens. Hoe zo'n regeling meet en bijstuurt, leest u in het artikel over load balancing bij een laadpaal.

Sommige regelingen kunnen ook voorrang geven, bijvoorbeeld aan bestelbussen die vroeg weer de weg op moeten. Of dat kan, hangt af van de laadpalen en het beheerplatform.

Wat de bouwregels zeggen

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) verwijst voor elektrische installaties naar NEN 1010, de norm voor laagspanningsinstallaties. In de regels voor nieuwbouw staat ook een eis voor laadpunten: oplaadpunten bij een nieuwe parkeerfunctie moeten volgens NEN 1010 mode 3 of mode 4 zijn (art. 4.199 lid 2 Bbl, zoals IPLO het samenvat).

Mode 3 is laden met wisselstroom aan een vaste laadpaal of wandlader. Laadpunt en auto communiceren via de laadkabel, en het laadpunt geeft pas stroom vrij als de auto goed is aangesloten. Mode 4 is snelladen met gelijkstroom: de lader zit dan in het laadstation, niet in de auto. Laden aan een gewoon stopcontact met een losse laadkabel valt onder geen van beide.

Nieuwe installaties, uitbreidingen en wijzigingen worden ontworpen en aangelegd volgens NEN 1010:2020+C1:2024, de actuele uitgave van NEN (stand 12 oktober 2026). Een rij laadpunten op uw terrein is zo'n uitbreiding.

Verrekenen: wie heeft wat geladen?

Zodra meer mensen of bedrijven dezelfde laadpunten gebruiken, wilt u weten wie wat heeft geladen. Dat begint bij registratie. Een laadpaal kan per laadsessie vastleggen wanneer er werd geladen en hoeveel kWh. Met een laadpas koppelt u die sessie aan een persoon, een auto of een bedrijf. Een beheerplatform verzamelt de sessies en maakt er overzichten van.

Het platform is gereedschap; de afspraken over wie wat betaalt, maakt u zelf.

Begrippen die u tegenkomt

Laadpas
Een pas of tag waarmee een gebruiker zich bij de laadpaal meldt. Zo weet het systeem wie er laadt. Soms kan dat ook met een app.
Beheerplatform
Software, meestal online, die laadpalen aanstuurt en laadsessies verzamelt. Het heet ook wel backoffice. Hier stelt u in wie mag laden en eventueel tegen welk tarief.
OCPP
Open Charge Point Protocol: een open standaard waarmee een laadpaal met een beheerplatform communiceert. Ondersteunen laadpaal en platform een open protocol, dan zit u minder vast aan één leverancier.
Tussenmeter of MID-meter
Een kWh-meter achter de hoofdmeter, voor het verbruik van één laadpunt, groep of huurder. MID staat voor Measuring Instruments Directive, de richtlijn van de EU voor meetinstrumenten. Of zo'n meter voor uw afspraken nodig is, vraagt u na bij uw adviseur.

Wie laadt er, en wat legt u vast?

Verrekenen per groep gebruikers, als begrip uitgelegd. Geen fiscaal of juridisch advies.
Wie laadt er?Wat wordt vastgelegd?Wat spreekt u vooraf af?
Eigen wagenpark Sessies per laadpas of per auto: tijd en kWh Wie de passen beheert en hoe het verbruik per auto of afdeling wordt toegerekend
Medewerkers met een eigen auto Sessies per persoonlijke laadpas Of het geladen verbruik wordt doorberekend, en op welke manier
Bezoekers en klanten Sessies via een gastpas of een app Of bezoekers mogen laden, op welke plaatsen en tegen welk tarief
Huurders op één terrein Verbruik per laadpunt of per huurder, eventueel met een tussenmeter Wie de aansluiting en de laadpalen beheert en hoe de kosten worden verdeeld
Medewerkers die thuis laden met een auto van de zaak Sessies van de laadpaal thuis, als die aan een beheerplatform is gekoppeld Hoe thuis geladen stroom wordt vastgelegd en vergoed

Welke gegevens een platform vastlegt en hoe u ze kunt exporteren, verschilt per platform. Vraag het na voordat u kiest.

Wie ziet de laadgegevens?

Laadsessies zijn vaak te herleiden tot één persoon: wie er laadde, wanneer en hoe lang. Spreek daarom vooraf af wie welke gegevens ziet en waarvoor ze worden gebruikt. Dat voorkomt discussie achteraf, bijvoorbeeld met medewerkers of huurders.

Uitbreiden en netcongestie

Vaak begint het met een paar laadpunten en komen er later auto's bij. Wie dat vooraf meeneemt, voorkomt dat er twee keer gegraven en twee keer aan de verdeler gewerkt moet worden.

Zo houdt u ruimte voor groei

  • Kies een verdeler met plaats voor extra groepen.
  • Leg bij het graven extra mantelbuizen naar plekken waar later laadpunten kunnen komen.
  • Kies laadpalen die in dezelfde regeling en hetzelfde beheerplatform passen als wat er al staat.
  • Houd bij wat het pand op het drukste moment al gebruikt. Dan weet u bij elke uitbreiding waar u staat.

Eerst de ruimte benutten die er is

Groeit het aantal auto's, kijk dan eerst wat er binnen de huidige aansluiting kan. Liander noemt voor bedrijven onder meer: inzicht krijgen in het verbruik, pieken verlagen door machines gespreid te laten starten of energie op te slaan in een batterij, flexibele capaciteit aanbieden tegen een vergoeding, en een energiescan.

Voor laadpunten betekent pieken verlagen vaak: laden verschuiven naar momenten waarop het pand weinig vraagt, bijvoorbeeld buiten werktijd. Meer over sturen op het verbruik van een pand leest u bij energiemanagement voor bedrijven.

Een zwaardere aansluiting: reken op wachten

Is de aansluiting echt te klein, dan vraagt u een zwaardere aan bij de netbeheerder. Voor kleinverbruik gaat dat bij Liander via mijnaansluiting.nl. Een zwaardere aansluiting verhoogt ook de netbeheerkosten. Boven 3x80A wordt het een grootverbruikaansluiting.

In een gebied met netcongestie is er op het stroomnet niet genoeg transportcapaciteit voor alle aanvragen. Wie dan meer capaciteit vraagt, komt op een wachtlijst. De volgorde volgt het prioriteringskader van de ACM, de toezichthouder. Sinds 1 juli 2026 staan klein- en grootverbruik in een congestiegebied op één gezamenlijke wachtlijst. Ook een bedrijf met een kleinverbruikaansluiting zonder voorrangscategorie kan daardoor langer moeten wachten. Ruimte kan ook vrijkomen doordat de netbeheerder het net verzwaart, of doordat grote klanten tegen een vergoeding flexibel met hun gebruik omgaan.

Voor Noord-Holland Noord, het gebied ten noorden van het Noordzeekanaal, ligt de verwachte einddatum van de netcongestie volgens Liander tussen 2035 en 2038 (bericht van 15 januari 2026). Lees het bericht van Liander over de wachttijden in Noord-Holland voor de achtergrond. Of uw adres in een congestiegebied ligt, gaat u na bij uw netbeheerder.

Veelgemaakte misverstanden

“Elke parkeerplaats heeft een snellader nodig.”
Auto's die uren op het terrein staan, hebben genoeg aan een laag laadvermogen per auto. Snelladen past vooral bij korte standtijden. En de boordlader van de auto begrenst hoe snel hij laadt.
“Meer laadpunten betekent een zwaardere aansluiting.”
Niet per se. Met load balancing delen laadpunten de ruimte die er is. Een zwaardere aansluiting komt pas in beeld als die ruimte structureel te klein blijft.
“Met kleinverbruik heeft u geen last van netcongestie.”
Dat klopt niet meer. Sinds 1 juli 2026 staan klein- en grootverbruik in een congestiegebied op één wachtlijst. Ook een bedrijf met een kleinverbruikaansluiting kan langer moeten wachten.
“Het beheerplatform regelt de fiscale kant.”
Een platform legt laadsessies vast en maakt overzichten. Wat u daarmee doet in de boekhouding of de loonadministratie, bespreekt u met uw adviseur.

Wanneer schakelt u een vakman in?

Schakel een installateur in voordat u laadpalen kiest, en zeker in deze situaties.

  • U wilt meer dan één laadpunt en weet niet hoeveel ruimte uw aansluiting overlaat.
  • De verdeler of groepenkast zit al vol.
  • Het pand heeft zware verbruikers, zoals machines, koeling of een warmtepomp.
  • Meerdere bedrijven of huurders delen één aansluiting.
  • U wilt later uitbreiden en de verdeler en kabelroute daar nu al op voorbereiden.
  • Een laadpaal of verdeler wordt warm, geeft brandlucht of schakelt steeds af.

Eplus legt laadpunten aan voor bedrijven in Heerhugowaard en omgeving. Hoe dat in zijn werk gaat, leest u bij zakelijke laadoplossingen. Een nieuwe of zwaardere aansluiting vraagt u zelf aan bij de netbeheerder; dat regelt Eplus niet namens u.

Meer artikelen over laadpalen, laadvermogen en lastverdeling vindt u op de Kennisbank-pagina over laden.

Veelgestelde vragen

  • Hoeveel laadpalen kan ik op mijn bedrijfsaansluiting aansluiten?

    Daar is geen vast getal voor. Het hangt af van de grootte van de aansluiting, van wat het pand op het drukste moment gebruikt en van hoeveel de auto's moeten laden in de tijd dat ze er staan. Met load balancing kunnen meer laadpunten dezelfde ruimte delen: elke auto krijgt dan een deel. Laat dit uitrekenen voordat u laadpalen bestelt.

  • Moet ik mijn aansluiting verzwaren voor laadpalen op de zaak?

    Niet altijd. Kijk eerst hoeveel ruimte er overblijft naast het verbruik van het pand, en of load balancing of het spreiden van pieken genoeg is. Is verzwaren toch nodig, dan vraagt u dat aan bij de netbeheerder. In een congestiegebied komt u dan op een wachtlijst, ook met een kleinverbruikaansluiting.

  • Hoe verreken ik laadkosten met medewerkers?

    Geef elke medewerker een eigen laadpas. Het beheerplatform legt per pas vast wanneer er is geladen en hoeveel kWh. Met die overzichten kunt u verbruik doorberekenen of vergoeden. Hoe u dat fiscaal en in de loonadministratie verwerkt, bespreekt u met uw boekhouder of adviseur.

  • Kunnen bezoekers en klanten op mijn terrein laden?

    Ja, als het beheerplatform dat ondersteunt. Bezoekers melden zich dan aan met een gastpas of een app. In het platform stelt u in op welke laadpunten zij mogen laden en eventueel tegen welk tarief. Houd er rekening mee dat bezoekers de ruimte op de aansluiting delen met uw eigen auto's.

  • Wat kost een zakelijke laadpaal?

    Daar is geen vast bedrag voor te noemen. De kosten hangen af van het aantal laadpunten, de verdeler, de lengte van de kabelroute en eventueel graafwerk, de regeling voor load balancing, het beheerplatform en de vraag of er aan de aansluiting iets moet veranderen. Vraag in een offerte na welke posten erin zitten en welke niet.

  • Heb ik een snellader nodig op mijn bedrijfsterrein?

    Meestal niet als de auto's lang blijven staan, zoals bestelbussen 's nachts of auto's van medewerkers tijdens werktijd. Dan is een laag laadvermogen per auto genoeg. Snelladen met gelijkstroom (mode 4) past vooral bij korte standtijden en vraagt veel van de aansluiting.

Hulp van Eplus

Bronnen

  1. Installaties voor gas en elektriciteit bij nieuwbouw (rijksregels Bbl), IPLO (Rijk). Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  2. NEN 1010:2020+C1:2024, status van de norm, NEN, NEN 1010:2020+C1:2024. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  3. Opladen elektrische auto, Milieu Centraal. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  4. Soorten aansluitingen, Liander. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  5. Wat is het verschil tussen kleinverbruik en grootverbruik?, Stedin. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  6. Verdere vertragingen in Noord-Holland en goed nieuws voor Oostzaan, Liander. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  7. Alles over netcongestie, Liander. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  8. Netcongestie: opties voor ondernemers in uw regio, Liander. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  9. Nieuwe regels voor de verdeling van schaarse netcapaciteit vanaf 1 juli, Liander. Geraadpleegd op . Bekijk de bron

Laadpunten op uw bedrijfsterrein plannen?

Bespreek hoeveel laadpunten uw aansluiting draagt en hoe u later kunt uitbreiden. Dan ligt er een plan voordat er gegraven wordt.

Bespreek uw zakelijke laadplannen
Bellen WhatsApp Offerte