Waar plaatst u een access point voor goede Wi-Fi-dekking?
Een access point belandt vaak op de plek waar toevallig een netwerkkabel uitkomt: in de meterkast, op de vloer achter de tv of in een hoek van de zolder. Het werkt daar wel, maar het signaal komt zelden goed aan waar u het nodig hebt. Of een nieuw access point echt verschil maakt, hangt voor een groot deel af van de plek.
Kort antwoord
Plaats een access point zo centraal mogelijk in het gebied waar u Wi-Fi gebruikt, bij voorkeur hoog aan het plafond, met zo min mogelijk muren, vloeren en metaal tussen het apparaat en de gebruikers. Dus niet in de meterkast, niet achter de tv en niet in een kast. Gebruikt u meerdere access points, laat de dekking dan iets overlappen. Geef elk access point bij voorkeur een eigen netwerkkabel, vaak met voeding via PoE.
Op deze pagina (8)
Waarom de plek zoveel uitmaakt
Een access point is het apparaat dat het draadloze signaal uitzendt. Het krijgt zijn verbinding met het netwerk meestal via een kabel naar de router of naar een switch: het kastje waar meerdere netwerkkabels samenkomen.
Het signaal wordt zwakker met de afstand. Elke muur, vloer of kast ertussen houdt er nog een deel van tegen. Hoeveel, hangt af van het materiaal en van de frequentie. De 2,4 GHz-band reikt verder en komt beter door muren, maar is druk en biedt weinig ruimte. De 5 GHz-band biedt meer snelheid, op kortere afstand.
Wi-Fi is bovendien verkeer in twee richtingen. Uw telefoon of laptop moet het access point ook bereiken, en zendt meestal zwakker dan het access point zelf. Volle streepjes op uw telefoon betekenen dus nog niet dat de verbinding op die plek goed werkt.
Wat het signaal tegenhoudt
| Materiaal of obstakel | Invloed op het signaal | Wat het betekent voor de plek |
|---|---|---|
| Gipswand, houten wand of binnendeur | Klein | Eén access point kan vaak meerdere kamers bedienen |
| Baksteen | Merkbaar; elke extra muur telt op | Hoe minder stenen muren tussen access point en gebruiker, hoe beter |
| Beton, vaak met wapening, en kalkzandsteen | Groot | Vaak is per verdieping of per deel van het gebouw een eigen access point nodig |
| Metaal: metalen kast, koelkast, radiator, metalen delen in de meterkast | Zeer groot; metaal kaatst het signaal ook terug | Nooit in of direct achter metaal plaatsen |
| Isolatieglas met een coating | Groot | Een access point binnen bereikt de tuin of een bijgebouw door zo'n raam slecht |
Een vast getal per materiaal bestaat niet: de demping verschilt per woning en per pand. Waarom Wi-Fi juist in nieuwbouw vaak tegenvalt, staat in een apart artikel in de Kennisbank.
En de 6 GHz-band?
Nieuwere access points met Wi-Fi 7 kunnen ook de 6 GHz-band gebruiken. Volgens de Wi-Fi Alliance horen daar brede kanalen van 320 MHz bij, maar alleen in landen die de 6 GHz-band daarvoor vrijgeven. Een hogere frequentie reikt minder ver en gaat slechter door muren. Wilt u die band benutten, hang het access point dan dicht bij de gebruikers, het liefst in dezelfde ruimte.
Zo kiest u een goede plek
Deze regels gelden in een woning en in een kantoor. Ze wijzen de richting. Waar het access point precies moet komen, hangt af van het gebouw en van de plekken waar mensen het netwerk gebruiken.
- Centraal in het gebied dat u wilt bedienen. Niet aan de rand van het huis of tegen een buitenmuur: dan verdwijnt een deel van het signaal naar buiten.
- Hoog. Aan het plafond of hoog aan de wand, boven meubels, kasten en mensen uit. Op de vloer of laag achter een bank gaat veel signaal verloren.
- Vrij zicht op de gebruikers. Hoe minder muren, vloeren en kasten tussen het access point en de plekken waar u werkt, belt of streamt, hoe beter.
- Niet in of achter metaal. Dus niet in de meterkast, niet in een metalen kast en niet achter de tv, de koelkast of een radiator.
- Niet weggestopt. Een access point in een kast of in het tv-meubel oogt netjes, maar elke deur of plaat ertussen kost signaal.
- Niet naast een andere zender. Hang een access point niet vlak naast een ander access point of naast een router die zelf ook Wi-Fi uitzendt. Een magnetron kan de 2,4 GHz-band storen.
Voorbeelden per situatie
| Situatie | Vaak een goede plek | Liever niet |
|---|---|---|
| Eengezinswoning, meterkast bij de voordeur | Midden op de begane grond aan het plafond; voor boven vaak een tweede op de overloop | In de meterkast of in de gang bij de voordeur |
| Appartement op één laag | Centraal aan het plafond van de gang of de woonkamer | Tegen de buitenmuur of achter de tv |
| Woning met een werkkamer op zolder | Een eigen access point op die verdieping | Eén access point beneden dat door twee vloeren heen moet |
| Kantoor met open werkplekken | Aan het plafond boven de werkplekken, verdeeld over de ruimte | In de serverruimte of de technische ruimte |
| Vergaderruimte of kantine | In of vlak bij de ruimte zelf, omdat daar veel apparaten tegelijk verbinden | Alleen dekking vanuit de gang |
Plafond of wand?
Veel access points zijn gemaakt om aan het plafond te hangen. Hun antennes stralen dan vooral naar beneden en opzij, als een paraplu over de ruimte.
Aan de wand hangt een access point vaak makkelijker, zeker als er al een kabel in die muur zit. Maar hangt u een plafondmodel aan de wand, dan straalt een deel van het signaal de muur in of de verkeerde kant op. Er bestaan ook modellen die juist voor de wand bedoeld zijn. Hoe een apparaat hoort te hangen, staat in de specificaties van de fabrikant.
| Montage | Voordelen | Aandachtspunten |
|---|---|---|
| Plafond | Centraal en hoog; het signaal gaat rondom de ruimte in; weinig kans dat iets ervoor komt te staan | Er moet een kabel naar het plafond; in een betonnen plafond is dat werk voor een vakman |
| Hoog aan de wand | Kabel vaak eenvoudiger; goed bereikbaar | Alleen met een model voor de wand; de andere kant van de muur krijgt minder signaal |
| Op een kast of bureau | Snel geregeld, zonder boorwerk | Laag, vaak achter spullen, en makkelijk verschoven of afgedekt |
Meerdere verdiepingen en meerdere access points
Eén krachtig access point dekt zelden een hele woning met meerdere verdiepingen. Een betonnen vloer houdt veel signaal tegen. Een access point per verdieping werkt dan vaak beter dan één apparaat dat door de vloeren heen moet. Bij een houten vloer komt het signaal van boven vaak nog deels beneden aan, bij beton veel minder.
Overlap zonder elkaar te storen
Met meerdere access points wilt u dat de dekkingsgebieden iets overlappen. Een apparaat dat u meeneemt door het huis of het pand, ziet het volgende access point dan al voordat het vorige wegvalt. Dat overstappen heet roaming. Uw telefoon of laptop beslist zelf wanneer hij overstapt; het netwerk kan daar hooguit bij helpen.
Te veel overlap is ook niet goed. Access points op hetzelfde kanaal die elkaar goed horen, moeten de zendtijd met elkaar delen. Hang ze dus niet vlak naast elkaar. Op verschillende verdiepingen hangen ze bij voorkeur niet precies boven elkaar, maar wat verspringend.
Kanaal en zendvermogen
- Kanaal. Elk access point zendt op een kanaal binnen een frequentieband. Access points die elkaar horen, krijgen bij voorkeur verschillende kanalen.
- Zendvermogen. Vol vermogen lijkt handig, maar dan blijft een telefoon te lang hangen aan een access point dat al ver weg is. Dat access point hoort de telefoon intussen slecht terug. Een lager vermogen met wat meer overlap werkt vaak beter.
Veel systemen stellen kanaal en zendvermogen automatisch in. Dat gaat vaak goed, maar niet altijd, zeker niet met veel netwerken van buren of andere bedrijven in de buurt. Een controle na het ophangen is daarom zinvol.
Kabel en voeding naar het access point
Een access point werkt het best met een eigen netwerkkabel naar de router of een switch. Draadloos doorgeven, zoals bij mesh of een repeater, kost capaciteit en heeft last van dezelfde muren als uw apparaten. Het verschil tussen mesh, een repeater en een access point staat in een apart artikel in de Kennisbank.
In de praktijk bepaalt de kabelroute vaak welke plek haalbaar is. Bij een verbouwing of in nieuwbouw gaat een kabel naar het plafond eenvoudig mee. In een bestaand huis loopt hij door een lege leiding, langs een plint of in een kabelgoot. Kies de route daarom samen met de plek, en laat netwerkkabels naar de juiste plekken aanleggen als die er nog niet liggen.
Welke kabel?
Een kabel gaat meestal langer mee dan het access point dat eraan hangt. Leg nieuwe kabels daarom liever wat ruimer aan dan het apparaat van vandaag nodig heeft. Welke kabel bij uw situatie past, staat in een apart artikel over Cat5e, Cat6 en Cat6A.
Voeding via de netwerkkabel
Aan het plafond zit zelden een stopcontact. Access points krijgen hun stroom daarom meestal via dezelfde netwerkkabel: PoE, Power over Ethernet. De stroom komt dan van een switch met PoE of van een losse PoE-adapter, een injector.
Er bestaan verschillende PoE-typen, elk met een eigen maximaal vermogen. Kijk in de specificaties welk type uw access point vraagt, en of de switch dat voor alle aangesloten apparaten tegelijk kan leveren. Meer over PoE leest u in een apart artikel.
Na het ophangen: controleer de dekking
Of de plek goed is, ziet u pas als het access point er hangt. Een eerste indruk krijgt u door met uw telefoon of laptop rond te lopen, op de plekken waar u werkt, belt of streamt. Let daarbij op drie dingen.
- Signaal op de plekken die ertoe doen. De bank, het bureau, de keukentafel of de vergaderruimte. Niet alleen in de gang onder het access point.
- Snelheid via de Wi-Fi zelf. Test op een paar plekken en vergelijk dat met een test via een netwerkkabel. Zo ziet u of een verschil in de Wi-Fi zit of in de internetverbinding.
- Overstappen. Loop tijdens een videogesprek van de ene naar de andere ruimte. Hapert het gesprek of valt het weg, dan stapt uw apparaat niet goed over of is de overlap te klein.
Een meting met een meetinstrument geeft een vollediger beeld. Die laat op een plattegrond zien hoe sterk het signaal overal is en waar access points elkaar storen. Zo'n kaart heet een heatmap. Wat die precies laat zien, staat in een apart artikel. In een kantoor of bedrijfspand gebeurt dat met een site survey, het liefst al voordat de access points hangen, en opnieuw als de indeling verandert.
Veelgemaakte misverstanden
- “Eén sterk access point is genoeg voor het hele huis.”
- Dat hangt af van het huis. In een appartement op één laag kan het lukken. Met betonnen vloeren of veel stenen muren werken twee access points op goede plekken vaak beter dan één zwaar apparaat op een slechte plek.
- “Hoe meer access points, hoe beter.”
- Niet vanzelf. Access points die te dicht bij elkaar hangen, storen elkaar en maken het overstappen lastiger. Het gaat om de juiste plekken, niet om het aantal.
Wanneer schakelt u een vakman in?
Een vakman komt in beeld als een van deze situaties bij u speelt.
- Er moet een netwerkkabel naar het plafond of naar een andere verdieping, en er ligt nog geen leiding.
- U wilt meer dan één access point en weet niet waar ze moeten hangen.
- De Wi-Fi blijft op vaste plekken slecht, ook nadat het access point is verplaatst.
- U verbouwt of bouwt nieuw en wilt de kabels nu meenemen.
- Het gaat om een kantoor of bedrijfspand met veel gebruikers tegelijk.
Lees op de pagina over het plaatsen van access points hoe Eplus daarbij te werk gaat. Voor kantoren en bedrijfspanden is er een aparte pagina over Wi-Fi en netwerk voor bedrijven. Meer uitleg over draadloze netwerken en bekabeling vindt u in de Kennisbank over Wi-Fi.
Veelgestelde vragen
Kan een access point in de meterkast?
Het werkt technisch wel, maar het is bijna altijd een slechte plek. De meterkast zit meestal aan de rand van de woning, en meters, kabels en metalen onderdelen houden het signaal tegen. Gebruik de meterkast liever als vertrekpunt voor de kabel, en hang het access point zelf op een centrale plek. Zendt het modem in de meterkast ook zelf Wi-Fi uit, dan kan die Wi-Fi vaak uit, zodat uw apparaten niet aan dat zwakke signaal blijven hangen. Wat daarbij kan, verschilt per provider.
Hoeveel access points heb ik nodig?
Een vast aantal per vierkante meter bestaat niet. Het hangt af van de bouw (beton, steen of hout), het aantal verdiepingen, de indeling en hoeveel apparaten tegelijk verbinden. In een appartement is één access point soms genoeg. In een woning met betonnen vloeren is het er vaak één per verdieping. Een meting geeft zekerheid.
Hoe hoog moet een access point hangen?
Een vaste maat is er niet. In een woning is het plafond of een plek hoog aan de wand meestal goed: boven meubels, kasten en mensen uit. In een ruimte met een heel hoog plafond, zoals een hal, kan een access point juist te hoog hangen: het signaal is dan ver van de gebruikers. Daar volgt de hoogte uit het ontwerp en de meting.
Kan ik een access point wegwerken in een kast of achter een plaat?
Liever niet. Elke deur, plaat of kast ertussen kost signaal, en metaal houdt bijna alles tegen. De meeste access points zijn plat en vallen aan het plafond weinig op. Twijfelt u over een verlaagd plafond of een inbouwkast, laat dan meten wat het signaal op de plekken eronder en ernaast doet.
Bereikt een access point binnen ook de tuin?
Vaak maar matig, zeker door isolatieglas met een coating of een dikke buitenmuur. Voor buiten bestaan access points die tegen weer en vocht kunnen. Zo'n access point krijgt een netwerkkabel met voeding via PoE, zodat er buiten geen extra stopcontact voor nodig is.
Heb ik een stopcontact aan het plafond nodig?
Meestal niet. Met PoE komt de stroom over dezelfde netwerkkabel als de data, vanuit een switch of een injector bij de router. Werkt het access point toch met een eigen voeding en is er een nieuw stopcontact nodig, laat dat dan aanleggen door een installateur.
Hulp van Eplus
Bronnen
- Wi-Fi Alliance introduces Wi-Fi CERTIFIED 7, Wi-Fi Alliance. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
