Wanneer is een brandmeldinstallatie verplicht?
U opent een kinderdagverblijf, huurt een bedrijfshal met een kantoor erboven of breidt uw winkel uit met een verdieping. Dan komt de vraag op of er een brandmeldinstallatie moet komen. Vaak hoort u één vaste grens in vierkante meters of personen, maar zo eenvoudig werkt de regel niet. Of een brandmeldinstallatie verplicht is, volgt uit een tabel in het Besluit bouwwerken leefomgeving, waarin drie criteria samen de uitkomst bepalen.
Kort antwoord
Een brandmeldinstallatie is verplicht als bijlage II van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) dat voor uw pand voorschrijft. Die bijlage kijkt naar de gebruiksfunctie, de gebruiksoppervlakte en de hoogte van de hoogste verblijfsvloer, per brandcompartiment. Het aantal personen bepaalt dat niet. Verplicht kan ook betekenen: alleen handbrandmelders. Doormelding naar de brandweer is alleen in bepaalde gevallen verplicht, vooral waar mensen niet zelfstandig kunnen vluchten.
Op deze pagina (9)
- Brandmeldinstallatie verplicht: drie criteria uit het Bbl
- Verplicht betekent niet altijd automatische melders
- Voorbeelden per gebruiksfunctie
- Doormelding naar de brandweer en het inspectiecertificaat
- Het aantal personen telt voor de gebruiksmelding
- Wie beoordeelt het, en wie kan meer vragen?
- Wat kunt u zelf nagaan?
- Veelgemaakte misverstanden
- Wanneer schakelt u een vakman in?
Brandmeldinstallatie verplicht: drie criteria uit het Bbl
De landelijke regels voor brandveiligheid van gebouwen staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving, kortweg Bbl, dat bij de Omgevingswet hoort. Een brandmeldinstallatie, afgekort BMI, is een systeem van melders die op een centrale zijn aangesloten. De centrale signaleert een brand en slaat alarm.
Of zo'n installatie verplicht is, staat in bijlage II van het Bbl, samen met artikel 4.208 voor nieuwbouw en artikel 3.115 voor bestaande gebouwen. Die bijlage is een tabel. Per gebruiksfunctie staat erin vanaf welke oppervlakte of hoogte een installatie nodig is en welke bewaking ze moet bieden. Ook leest u er af of de installatie moet doormelden naar de brandweer en of er een inspectiecertificaat nodig is.
De begrippen uit de tabel
- Gebruiksfunctie
- Waarvoor een gebouw of een deel ervan wordt gebruikt, zoals kantoor, winkel, industrie, onderwijs, bijeenkomst of logies. Eén pand kan meerdere gebruiksfuncties hebben, bijvoorbeeld een bedrijfshal met een kantoor.
- Gebruiksoppervlakte
- De vloeroppervlakte van een gebruiksfunctie, gemeten volgens vaste meetregels. Functies van dezelfde soort die aan één vluchtroute liggen, tellen volgens het IPLO-infoblad bij elkaar op.
- Hoogste verblijfsvloer
- De hoogte van de hoogste vloer van een verblijfsruimte, zoals een werkplek, kantine of leslokaal. Die hoogte wordt gemeten vanaf het meetniveau, ruwweg het terrein bij de ingang. Een kantoor op de derde verdieping kan dus onder een andere regel vallen dan hetzelfde kantoor op de begane grond.
- Brandcompartiment
- Een deel van het gebouw dat zo is afgescheiden dat een brand zich er een bepaalde tijd niet buiten verspreidt. De plicht geldt voor het hele compartiment. Liggen er meerdere gebruiksfuncties in, dan geldt de zwaarste bewaking.
De route in vier stappen
- Bepaal welke gebruiksfuncties het pand heeft en in welk brandcompartiment ze liggen.
- Zoek per functie de gebruiksoppervlakte op en de hoogte van de hoogste verblijfsvloer.
- Zoek in bijlage II de regel die bij die functie past. Staan op één regel zowel een oppervlakte als een hoogte, dan moeten beide worden overschreden.
- Lees af wat er nodig is: geen installatie of een bepaalde bewaking, en of doormelding en een inspectiecertificaat verplicht zijn.
Nieuwbouw, bestaand gebouw en verbouwing
Voor nieuwbouw en bestaande gebouwen gelden volgens het IPLO-infoblad dezelfde gevallen. Het verschil zit in de technische eisen aan de installatie zelf. Het Bbl verwijst daarvoor naar NEN 2535, de norm voor brandmeldinstallaties. De actuele uitgave bij NEN is NEN 2535:2017 (stand 14 oktober 2026); van een herziening bestaat sinds 2021 alleen een ontwerp, nog geen geldende uitgave. Voor een bestaand gebouw ligt de ondergrens lager: volgens het infoblad is dat de oudere uitgave NEN 2535:1996.
Gaat u verbouwen of verandert het gebruik, loop de route dan opnieuw door. Een andere gebruiksfunctie, meer oppervlakte of een verblijfsruimte op een hogere verdieping kan de uitkomst veranderen.
Verplicht betekent niet altijd automatische melders
Bijlage II zegt niet alleen of er een brandmeldinstallatie moet komen. De tabel zegt ook welk deel van het gebouw de installatie moet bewaken: de bewakingsomvang. Het IPLO-infoblad onderscheidt vier niveaus.
| Bewaking | Wat er hangt |
|---|---|
| Niet-automatisch | Alleen handbrandmelders: drukknoppen waarmee iemand zelf alarm slaat. Er hangen geen automatische melders. |
| Gedeeltelijk | Handbrandmelders, plus automatische melders in verkeersruimten zoals gangen en trappenhuizen, en in ruimten met een verhoogd brandrisico. |
| Volledig | Automatische melders in vrijwel alle ruimten. |
| Ruimtebewaking | Bewaking van een bepaalde ruimte, voor situaties waarin vanuit die ruimte maar in één richting kan worden gevlucht. |
Bij kantoren, winkels, scholen en bedrijfshallen is volgens de tabel de eerste stap vaak niet-automatische bewaking. Automatische melders vraagt de tabel voor kantoren, winkels en scholen alleen in zeer grote of zeer hoge gebouwen. Hoe meer bewaking, hoe meer melders en kabels er op de centrale aansluiten. De stroom en de kabels horen bij de elektrische installatie van het pand; meer daarover op de pagina over voeding en bekabeling voor een brandmeldinstallatie.
Ontruimingsalarm en rookmelders
Is een brandmeldinstallatie verplicht, dan is een ontruimingsalarminstallatie dat ook (artikel 3.119 en 4.213 Bbl). De brandmeldinstallatie stuurt dat alarm aan, zodat iedereen weet dat het gebouw moet worden verlaten.
Waar een verplichte brandmeldinstallatie hangt, zijn losse rookmelders niet nodig. Wat de drie systemen van elkaar onderscheidt en wanneer rookmelders wel nodig zijn, leest u in het artikel over brandmeldinstallatie, ontruimingsalarm en rookmelders.
Voorbeelden per gebruiksfunctie
Per gebruiksfunctie staan er in bijlage II vaak meerdere drempels, in vierkante meters en in meters hoogte. Het overzicht hieronder laat de grote lijnen zien, zoals het IPLO-infoblad ze weergeeft. Gebruik het als oriëntatie, niet als uitkomst voor uw pand.
| Gebruiksfunctie | Brandmeldinstallatie volgens bijlage II | Doormelding verplicht? |
|---|---|---|
| Woning, ook bij kamergewijze verhuur | Niet vereist (wel rookmelders) | Niet van toepassing |
| Industrie, zoals productie of opslag | Lichte industrie: niet vereist. Andere industrie: boven bepaalde oppervlakten of hoogten, en dan niet-automatisch | Nee |
| Kantoor, onderwijs of sport | Boven bepaalde oppervlakten of hoogten. Meestal niet-automatisch, in zeer hoge gebouwen gedeeltelijk | Nee |
| Winkel | Boven bepaalde oppervlakten of hoogten. Meestal niet-automatisch, bij zeer grote of zeer hoge winkels gedeeltelijk of volledig | Nee |
| Bijeenkomst, zoals een kantine, vergaderzaal of kerk | Boven bepaalde oppervlakten of hoogten, van niet-automatisch tot volledig | Nee |
| Kinderopvang voor kinderen jonger dan 4 jaar | Volledig, boven een bepaalde oppervlakte of als de opvang op een verdieping ligt. Voor kleine locaties met weinig bedden geldt een uitzondering | Ja, als de opvang op een verdieping ligt |
| Hotel of ander logiesgebouw | Volledig, boven een bepaalde oppervlakte. Zonder 24-uursbewaking ook als er logies op een verdieping is | Ja, zonder 24-uursbewaking en met logies op een verdieping |
| Gezondheidszorg met bedgebied, zoals een ziekenhuis, en celfunctie | Altijd volledig | Ja, altijd |
De exacte drempels staan in bijlage II en in het infoblad. Of er een inspectiecertificaat nodig is, verschilt per regel. Op een verdieping betekent hier: een verblijfsvloer hoger dan 1,5 meter boven het meetniveau. Of een industriefunctie licht is, volgt uit de begrippen van het Bbl.
Twee voorbeelden uit het infoblad maken het concreet. Volgens bijlage II heeft een kantoorfunctie van meer dan 1.500 m² een niet-automatische brandmeldinstallatie nodig, ook als alles op de begane grond ligt. Wordt er ook op een verdieping gewerkt, dan ligt de grens in vierkante meters lager. En in een winkelcentrum met een besloten passage tellen alle winkels samen.
Voor woonvormen met zorg, andere gezondheidszorg zoals een huisartsenpraktijk en parkeergarages staan er eigen regels in de tabel. U vindt het volledige overzicht in het infoblad van IPLO over brandmeldinstallaties, ontruimingsalarm en rookmelders.
Doormelding naar de brandweer en het inspectiecertificaat
Doormelding betekent dat de installatie een brandmelding automatisch doorgeeft aan de brandweer, zonder dat iemand hoeft te bellen. Dat is alleen verplicht waar bijlage II het voorschrijft: vooral in gebouwen met mensen die niet zelfstandig kunnen vluchten, zoals zorg met bedden, kinderopvang op een verdieping of een hotel zonder 24-uursbewaking met kamers op een verdieping. Voor kantoren, winkels, scholen en bedrijfshallen schrijft bijlage II geen doormelding voor.
Is doormelding verplicht, dan gaat de melding rechtstreeks naar de regionale alarmcentrale van de brandweer, zonder tussenkomst van een particuliere alarmcentrale (artikel 3.116 en 4.209 Bbl). Vrijwillig laten doormelden kan ook.
Of er een inspectiecertificaat nodig is, staat eveneens per regel in bijlage II. Dat certificaat komt van een onafhankelijke inspectie-instelling, volgens het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging, en is volgens het CCV één of drie jaar geldig (artikel 6.32 en 6.33 Bbl). Wie onderhoudt, wie inspecteert en welke termijn voor uw installatie geldt, leest u in de uitleg over onderhoud en inspectie van een brandmeldinstallatie.
Het aantal personen telt voor de gebruiksmelding
Het aantal mensen in een pand bepaalt niet of er een brandmeldinstallatie moet komen. Het bepaalt wel of u een gebruiksmelding moet doen: een melding aan de gemeente over het brandveilig gebruik van het gebouw.
Volgens de uitleg van IPLO over de gebruiksmelding is die nodig bij een niet-woonfunctie als er meer personen aanwezig zijn dan tabel 6.6 van het Bbl aangeeft. Bij kamergewijze verhuur en bij wonen met zorg is een melding altijd nodig. U doet de melding minstens vier weken vóór de ingebruikname, via het Omgevingsloket; zonder melding mag het gebouw niet in gebruik. De melding hoort bij het gebouw, niet bij de persoon die haar deed.
Na een melding kan de gemeente extra eisen stellen met een maatwerkvoorschrift. Voor sommige functies, zoals logies, kan zij de meldingsdrempel ook in het omgevingsplan aanpassen. Sinds de Omgevingswet (1 januari 2024) werkt het Rijk met een gebruiksmelding; de vroegere omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik is vervallen.
Wie beoordeelt het, en wie kan meer vragen?
Voor deze regels is de gemeente het bevoegd gezag. Zij ontvangt de gebruiksmelding, kan maatwerk opleggen en ziet toe op de naleving. Over brandveiligheid laat de gemeente zich vaak adviseren door de brandweer, maar het besluit ligt bij de gemeente.
U mag ook een andere oplossing kiezen dan het Bbl voorschrijft, als die minstens even veilig is. Dat heet een gelijkwaardige oplossing (artikel 4.7 Omgevingswet en artikel 2.4 Bbl). Of uw oplossing gelijkwaardig is, beoordeelt de gemeente. Leg zo'n voorstel daarom vooraf voor, met een onderbouwing.
Verzekeraar en huurcontract
Het Bbl gaat over de veiligheid van mensen, niet over het beperken van schade aan het gebouw of de voorraad. Een verzekeraar kan daarom meer vragen dan de wet, bijvoorbeeld een inspectiecertificaat. Of uw polis iets eist, leest u in de voorwaarden; vraag het anders na bij uw verzekeraar.
In een huurpand legt het huurcontract vast wie de installatie regelt: de verhuurder, de huurder of allebei voor een deel. Maak die afspraken op papier voordat u het pand in gebruik neemt.
Wat kunt u zelf nagaan?
Veel kunt u zelf uitzoeken, met de papieren van het pand en een blik op de voorkant van een bestaande installatie. Dat maakt het gesprek met de gemeente, een adviseur of een installateur korter.
- Gebruiksfuncties. Welke functies staan in de bouwvergunning of op de bouwtekeningen, en past het werkelijke gebruik daar nog bij?
- Oppervlakte en hoogte. Zoek per functie de gebruiksoppervlakte op en op welke verdieping de hoogste verblijfsruimte ligt. Bouwtekeningen of een meetrapport helpen daarbij.
- Brandcompartimenten. Staan ze op de tekeningen, dan ziet u welke functies samen worden beoordeeld.
- Gebruiksmelding. Is er voor het pand al een melding gedaan? Vraag het na bij de eigenaar of de gemeente.
- Bestaande installatie. Hangt er een centrale, ligt er een logboek bij en is er een inspectiecertificaat? Lees af wat het display aangeeft, zonder iets te openen.
- Polis en huurcontract. Wat vraagt uw verzekeraar, en wie regelt wat volgens het huurcontract?
Veelgemaakte misverstanden
- “Vanaf een vast aantal m² of personen is het verplicht”
- Nee. Het gaat om de combinatie van gebruiksfunctie, oppervlakte en hoogte, per brandcompartiment. Het aantal personen telt voor de gebruiksmelding, niet voor de brandmeldinstallatie.
- “Verplicht betekent melders in elke ruimte”
- Nee. De lichtste verplichte vorm bestaat alleen uit handbrandmelders. Automatische melders in vrijwel alle ruimten horen bij volledige bewaking.
- “Een brandmeldinstallatie moet altijd doormelden”
- Nee. Alleen waar bijlage II het zegt, vooral waar mensen niet zelfstandig kunnen vluchten. Voor onderwijs, kantoor, winkel en industrie staat er geen doormeldplicht in de tabel.
- “Bij veel mensen in het pand hoort een vergunning voor brandveilig gebruik”
- Die vergunning is met de Omgevingswet vervallen. In de rijksregels is het nu een gebruiksmelding bij de gemeente.
Wanneer schakelt u een vakman in?
Twijfelt u na het nalopen van de tabel, vraag het dan na bij de gemeente of de omgevingsdienst, of laat een brandveiligheidsadviseur meekijken. Doe dat zeker in deze situaties:
- U gaat nieuw bouwen, verbouwen of een verdieping toevoegen.
- Het gebruik verandert, bijvoorbeeld van opslag naar kantoor, of er komt kinderopvang, zorg of logies bij.
- Er liggen meerdere gebruiksfuncties in één brandcompartiment.
- U wilt een gelijkwaardige oplossing voorstellen in plaats van wat het Bbl voorschrijft.
- Uw verzekeraar vraagt om een brandmeldinstallatie of een inspectiecertificaat.
Komt er een installatie, dan ontwerpt en levert een brandmeldbedrijf die. De voeding en de kabels horen bij de elektrische installatie van het pand.
Bij een brandmeldinstallatie verzorgt Eplus alleen de voeding en de bekabeling. Het inspecteren en keuren van brandmeldinstallaties doen wij niet; dat gebeurt door een daarvoor bevoegde partij.
Op de pagina over veiligheid in bedrijfspanden ziet u welke voorzieningen er verder zijn, zoals noodverlichting en beveiliging. Andere vragen over brandveiligheid en inspectie vindt u bij de artikelen over veiligheid.
Veelgestelde vragen
Vanaf hoeveel m² is een brandmeldinstallatie verplicht in een kantoor?
Er is niet één getal. Bijlage II van het Bbl combineert de oppervlakte met de hoogte van de hoogste verblijfsvloer. Zo heeft een kantoorfunctie van meer dan 1.500 m² volgens het IPLO-infoblad een niet-automatische installatie nodig, ook op de begane grond. Werkt u ook op een verdieping, dan ligt die grens lager. Reken per brandcompartiment, en tel kantoorfuncties aan dezelfde vluchtroute bij elkaar op.
Moet mijn brandmeldinstallatie doormelden naar de brandweer?
Alleen als bijlage II dat voor uw gebruiksfunctie voorschrijft. Dat geldt vooral bij celfuncties, zorg met bedden, kinderopvang op een verdieping en logies zonder 24-uursbewaking op een verdieping. Voor een kantoor, winkel, school of bedrijfshal staat er in de tabel geen doormeldplicht. Wilt u het toch, dan kan vrijwillige doormelding; vraag uw brandmeldbedrijf hoe dat werkt.
Wanneer moet een brandmeldinstallatie gekeurd worden?
Wettelijk alleen als bijlage II van het Bbl voor uw pand een inspectiecertificaat vraagt. Dat staat per regel in de tabel en geldt niet voor elke verplichte installatie: bij een kantoor met alleen handbrandmelders vraagt de tabel bijvoorbeeld geen certificaat. Is er wel een nodig, dan komt het van een onafhankelijke inspectie-instelling en is het één of drie jaar geldig. Los daarvan kan uw verzekeraar om een inspectiecertificaat vragen.
Heb ik een gebruiksmelding of een vergunning brandveilig gebruik nodig?
De vergunning voor brandveilig gebruik bestaat in de rijksregels niet meer. Wel kan een gebruiksmelding nodig zijn: bij een niet-woonfunctie als het aantal aanwezige personen boven de grens van tabel 6.6 Bbl uitkomt, en altijd bij kamergewijze verhuur en wonen met zorg. Dien de melding minstens vier weken voor de ingebruikname in via het Omgevingsloket.
Wie regelt de brandmeldinstallatie in een huurpand: huurder of verhuurder?
Dat staat in het huurcontract, of hoort erin te staan. Spreek af wie de installatie laat aanleggen of aanpassen, wie de gebruiksmelding doet en wie onderhoud en inspectie regelt. Staat er niets in, leg de afspraken dan alsnog vast. Bij twijfel over wat de regels voor uw pand vragen, kunt u de gemeente om uitleg vragen.
Eist mijn verzekeraar een brandmeldinstallatie?
Dat verschilt per polis. Het Bbl beschermt mensen; een verzekeraar let ook op schade aan het gebouw, de inventaris en de voorraad. Een polis kan daarom meer vragen dan de wet, zoals een installatie of een inspectiecertificaat. Kijk in de voorwaarden of vraag het uw verzekeraar voordat u een pand in gebruik neemt of verbouwt.
Hulp van Eplus
Bronnen
- Brandmeldinstallatie, ontruimingsalarminstallatie en rookmelders (infoblad), Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- Gebruiksmelding brandveilig gebruik (Bbl), Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- Verschillen Bouwbesluit 2012 en Bbl (brandveiligheid), Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- Brandmeldinstallaties, Brandweer Nederland. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- NEN 2535:2017, brandmeldinstallaties, status, NEN, NEN 2535:2017. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- Is inspectie van brandbeveiliging verplicht?, CCV. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
