Noodverlichting in een bedrijfspand: wat en hoe vaak controleren?
Bij een stroomstoring valt in het magazijn het licht uit. Boven de nooduitgang springt een armatuur aan, maar halverwege de gang blijft het donker. Op zo'n moment blijkt of de noodverlichting is bijgehouden.
Kort antwoord
Volgens de uitleg van de rijksoverheid geldt voor het controleren van noodverlichting een algemene zorgplicht, zonder vaste keuringstermijn of certificaat. Het Bbl stelt wel prestatie-eisen: bij een stroomuitval is de noodverlichting binnen 15 seconden aan en geeft ze minstens 60 minuten lang minimaal 1 lux op de vloer of trap. In de praktijk: regelmatig kijken en testen, periodiek een duurtest laten doen en alles vastleggen in een logboek.
Op deze pagina (9)
- Wat de regels vragen
- Vluchtrouteaanduiding: de pictogrammen naar de uitgang
- Welke normen spelen mee?
- Hoe vaak controleert u noodverlichting?
- Checklist voor de gebouwbeheerder
- Centraal of decentraal: wat betekent het voor de controle?
- Noodverlichting en de inspectie van de elektrische installatie
- Veelgemaakte misverstanden
- Wanneer schakelt u een vakman in?
Wat de regels vragen
Noodverlichting gaat vanzelf aan als de gewone verlichting uitvalt door een stroomstoring. Ze helpt mensen om veilig het gebouw uit te komen. De regels staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de landelijke bouwregels.
Voor nieuwbouw gaat het om artikel 4.195 en 4.196 Bbl, voor bestaande gebouwen om artikel 3.101 en 3.102. Volgens de uitleg over bouwwerkinstallaties van IPLO, het Informatiepunt Leefomgeving van de overheid, is noodverlichting onder meer verplicht op deze plekken:
- Ruimten voor meer dan 75 personen, zoals een grote kantine of zaal, en de besloten ruimten waar de vluchtroute vanuit zo'n ruimte doorheen loopt.
- Ruimten onder het meetniveau. Het meetniveau is grofweg de hoogte van het terrein bij de ingang. Denk aan een kelder.
- Beschermde vluchtroutes: vluchtroutes die extra zijn afgeschermd tegen brand en rook, zoals een afgesloten trappenhuis.
De eis in drie getallen
| Eis | Wat het betekent |
|---|---|
| Binnen 15 seconden | Na een stroomuitval is de noodverlichting binnen 15 seconden aan. |
| Minstens 60 minuten | Daarna blijft ze minstens 60 minuten branden zonder netstroom. |
| Minimaal 1 lux | Op de vloer of de trap valt minstens 1 lux licht. Dat is weinig: genoeg om de weg en obstakels te zien, niet om bij te werken. |
Lux is de maat voor de hoeveelheid licht die op een oppervlak valt.
Aannames: een verzonnen bedrijfspand met een werkplaats, een kantine die is ingericht voor ongeveer 100 personen, een kelder met archief en een afgesloten trappenhuis dat als beschermde vluchtroute is ontworpen.
- Kantine
- Ingericht voor meer dan 75 personen: noodverlichting in de kantine en in de besloten ruimten waar de vluchtroute vanuit de kantine doorheen loopt, zoals de gang naar de uitgang.
- Kelder met archief
- Ligt onder het meetniveau: noodverlichting nodig.
- Trappenhuis
- Beschermde vluchtroute: noodverlichting langs de route.
- Werkplaats
- Valt niet vanzelf onder deze drie gevallen. Laat beoordelen of er toch eisen gelden.
Een overzicht van de ruimten met noodverlichting: de basis voor uw controleronde en logboek.
Wat dit wel en niet betekent: Wat het wel betekent: zo brengt u per ruimte in kaart waar de regels noodverlichting vragen. Wat het niet betekent: dat de lijst compleet is. De opsomming hierboven is niet volledig, en de indeling, het gebruik of een vergunning kan meer vragen.
Daarnaast geldt voor het beheer, het onderhoud en de controle van installaties in een gebouw de algemene zorgplicht uit artikel 2.6 Bbl. Kort gezegd: de noodverlichting moet blijven werken. Wat dat betekent voor hoe vaak u controleert, leest u verderop.
Vluchtrouteaanduiding: de pictogrammen naar de uitgang
Naast de verlichting zelf zijn er de pictogrammen die de weg naar buiten wijzen: de vluchtrouteaanduiding. Ook die moet bij een stroomuitval binnen 15 seconden zichtbaar zijn en daarna minstens 60 minuten zichtbaar blijven. Bij een controleronde hoort de vluchtrouteaanduiding er dus gewoon bij.
De regels staan in artikel 4.215 Bbl voor nieuwbouw en in artikel 3.120 voor bestaande bouw. Twee normen spelen mee: NEN 6088 gaat over de kleur en het symbool, NEN-EN 1838 over de zichtbaarheid. U leest het na in de rijksregels voor brandveiligheidsinstallaties bij IPLO.
Welke normen spelen mee?
Het Bbl verwijst voor een deel van de eisen naar normen. NEN houdt een overzicht bij van de normen die het Bbl aanwijst. Voor noodverlichting en vluchtrouteaanduiding staan daarin NEN-EN 1838 en NEN 6088. NEN-EN 50172 staat er niet in.
| Norm | Waar het over gaat | Status |
|---|---|---|
| NEN-EN 1838 | Lichttechnische eisen voor noodverlichting. Actuele uitgave: NEN-EN 1838:2025, die de uitgave van 2013 vervangt. | Staat in het overzicht van normen die het Bbl aanwijst |
| NEN 6088 | Kleur en symbool van de vluchtrouteaanduiding | Staat in het overzicht van normen die het Bbl aanwijst |
| NEN-EN 50172 | Systemen voor noodverlichting: ontwerp, onderhoud en registratie. Actuele uitgave: NEN-EN 50172:2024; de uitgave van 2004 is ingetrokken. | Staat niet in dat overzicht: een praktijknorm, geen wettelijk aangewezen norm |
Welke uitgave van een norm de regelgeving aanwijst, kan verschillen van de nieuwste uitgave bij NEN. Een deskundige kan nagaan welke uitgave voor uw pand telt.
NEN-normen zijn betaalde documenten; dit artikel citeert ze niet.
NEN-EN 50172:2024 beschrijft hoe u een noodverlichtingssysteem onderhoudt en de controles vastlegt, onder meer in een logboek. Wettelijk aangewezen is de norm niet, maar hij is een bruikbare leidraad om uw zorgplicht in te vullen.
Een norm is ook geen keurmerk. Werken volgens een norm betekent niet dat een installatie of een bedrijf is goedgekeurd of gecertificeerd.
Hoe vaak controleert u noodverlichting?
In de uitleg van de rijksregels bij IPLO staat voor noodverlichting geen vaste keuringstermijn en geen certificaatplicht. Voor beheer en controle verwijst die uitleg naar de algemene zorgplicht: de noodverlichting moet werken op het moment dat het nodig is.
Hoe vaak u controleert, legt u daarom zelf vast, passend bij het pand en het gebruik: hoeveel mensen er zijn, of er publiek komt, of er ook 's nachts wordt gewerkt en of het systeem zichzelf test. NEN-EN 50172:2024 helpt bij het kiezen van een vaste regelmaat.
Uw verzekeraar, een vergunning voor het gebruik van het pand of de gemeente kan meer vragen dan de landelijke regels. Kijk daarom ook in uw polis en uw vergunning, of vraag het na.
Checklist voor de gebouwbeheerder
Deze punten kunt u als beheerder of facilitair medewerker zelf nalopen, zonder iets te openen. Leg bij elke ronde vast wat u heeft gezien en gedaan.
- Alles aanwezig en heel. Zijn alle noodverlichtingsarmaturen en pictogrammen er nog, en zijn ze onbeschadigd en schoon?
- Niets in de weg. Hangt of staat er niets voor een armatuur of pictogram, zoals een bord of een stelling? Is elk pictogram vanaf de vluchtroute te zien?
- Klopt de route nog? Wijzen de pictogrammen na een verbouwing of herinrichting nog naar een uitgang die echt bruikbaar is?
- Controlelampjes. Veel armaturen hebben een lampje dat laat zien of de accu wordt geladen of dat er een storing is. Brandt het niet, of geeft het een fout aan? Noteer en meld het.
- Korte functietest. Gebruik alleen de testvoorziening die daarvoor is aangelegd, zoals een testschakelaar of de testfunctie van het systeem. Gaan alle armaturen en pictogrammen aan?
- Meldingen van de zelftest. Heeft het systeem een automatische zelftest, kijk dan naar de lampjes of het paneel en volg elke foutmelding op.
- Logboek bijwerken. Noteer de datum, wie er controleerde, wat er is gedaan, wat er mis was en wanneer het is hersteld.
De duurtest
Bij een duurtest brandt de noodverlichting de volledige tijd op de accu. Zo ziet u of ze minstens de 60 minuten uit het Bbl haalt. Daarna is de accu leeg en moet hij weer opladen. In die tijd is er minder of geen noodverlichting.
Plan een duurtest daarom buiten werktijd, en laat hem doen door of samen met een deskundige.
Wie doet wat?
| Taak | Gebouwbeheerder | Deskundige |
|---|---|---|
| Rondgang: aanwezig, heel en zichtbaar | Zelf nalopen | Bij de periodieke controle |
| Korte functietest | Met de testvoorziening die daarvoor is aangelegd | Als er geen testvoorziening is, of bij de periodieke controle |
| Duurtest over de volledige tijd | Plannen en vastleggen | Uitvoeren en beoordelen |
| Accu's of armaturen vervangen | Niet zelf doen | Vervangen en daarna testen |
| Past de noodverlichting nog bij het pand? | Wijzigingen in indeling en gebruik melden | Beoordelen per ruimte en route |
| Logboek | Bijhouden en bewaren | Bevindingen en herstel vastleggen |
Dit is geen wettelijke indeling. Leg zelf vast wie wat doet, ook tussen eigenaar en huurder.
Centraal of decentraal: wat betekent het voor de controle?
Hoe u controleert, hangt ook af van hoe de noodverlichting is opgebouwd.
- Decentraal systeem
- Elk armatuur heeft een eigen accu en eigen elektronica. Valt de stroom uit, dan schakelt elk armatuur zelf over. Een gebrek blijft meestal beperkt tot dat ene armatuur, maar u controleert elk armatuur apart.
- Centraal systeem
- De accu's staan bij elkaar in één centrale voorziening, die de armaturen via eigen leidingen van stroom voorziet. Controle en onderhoud gebeuren voor een groot deel op één plek. Een storing in die voorziening kan wel meerdere armaturen tegelijk raken.
- Automatische zelftest
- Armaturen of systemen die zichzelf periodiek testen en een fout melden, met een lampje of op een centraal paneel. Dat scheelt werk, maar vervangt de rondgang en het logboek niet: iemand moet de meldingen lezen en opvolgen.
Overstap naar LED
Vervangt u oude noodverlichtingsarmaturen door LED-armaturen, of wordt de gewone verlichting vernieuwd? Kijk dan meteen of de noodverlichting nog op de goede plekken zit en genoeg licht geeft op de vluchtroutes. Ook LED-noodverlichting werkt met een accu en elektronica die achteruit kunnen gaan, en vraagt dus dezelfde controle. Neem het nieuwe systeem op in uw controleronde en logboek.
Noodverlichting en de inspectie van de elektrische installatie
Laat u de elektrische installatie van uw pand periodiek inspecteren? Voor het veilig beheren en inspecteren van installaties in gebruik is NEN 3140:2011+A3:2019 de gangbare norm. Er wordt gewerkt aan een herziene uitgave (stand 12 oktober 2026). Wat NEN 3140 voor bedrijven betekent, leest u in een apart artikel.
Zo'n inspectie gaat over elektrische veiligheid. Of de noodverlichting bij uitval op tijd aangaat, genoeg licht geeft en lang genoeg brandt, is een andere vraag. Spreek daarom af of de functietest en de duurtest bij de inspectie horen of apart worden gedaan, en door wie.
Noodverlichting is ook iets anders dan een brandmeldinstallatie of een ontruimingsalarm. Daarvoor gelden eigen regels. Over de brandmeldinstallatie gaat een apart artikel in de Kennisbank.
Veelgemaakte misverstanden
- “Noodverlichting moet elk jaar met certificaat worden gekeurd.”
- Het Bbl stelt prestatie-eisen en een algemene zorgplicht. Een jaarlijkse keuring met certificaat volgt daar niet uit. Uw polis of een vergunning voor het gebruik van het pand kan wel meer vragen. Kijk daar dus ook naar.
- “NEN-EN 50172 is wettelijk verplicht.”
- Deze norm staat niet in het overzicht van normen die het Bbl aanwijst. Het is een praktijknorm: een nuttige leidraad voor onderhoud en registratie, geen wettelijke eis.
- “Het lampje brandt, dus het werkt.”
- Een controlelampje laat meestal alleen zien dat de accu wordt geladen. Of de accu nog lang genoeg licht kan geven, ziet u pas bij een duurtest.
- “De inspectie van de installatie dekt de noodverlichting ook.”
- Niet vanzelf. Spreek af of de test van de noodverlichting bij de inspectie hoort, zoals hierboven beschreven.
Wanneer schakelt u een vakman in?
Schakel een deskundige in als een van deze situaties voor u geldt.
- Een armatuur of pictogram gaat bij de test niet aan, of meldt een storing.
- De noodverlichting houdt het bij een duurtest niet de volledige tijd vol.
- Er is nog nooit een duurtest gedaan, of niemand weet wanneer de laatste was.
- Het pand wordt verbouwd, anders ingedeeld of anders gebruikt, bijvoorbeeld door meer mensen tegelijk.
- Uw verzekeraar of de vergunningverlener vraagt naar de staat van de noodverlichting.
Wilt u de controle van uw noodverlichting laten regelen? Op de dienstpagina over noodverlichting leest u hoe Eplus daarbij helpt. Meer vragen over inspectie en veiligheid vindt u in de Kennisbank Veiligheid.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet noodverlichting worden gecontroleerd?
Een vaste termijn staat niet in de uitleg van de rijksregels. Wel moet de noodverlichting werken als het nodig is: dat valt onder de zorgplicht uit artikel 2.6 Bbl. Leg daarom zelf een vaste regelmaat vast voor de rondgang, de korte functietest en de duurtest, passend bij uw pand en het gebruik. NEN-EN 50172:2024 is daarbij een bruikbare leidraad. Stelt uw polis of vergunning eisen, dan houdt u daar ook rekening mee.
Moet mijn bedrijfspand noodverlichting hebben?
Dat hangt af van het pand. Het Bbl vraagt noodverlichting onder meer in ruimten voor meer dan 75 personen en de besloten ruimten waar de vluchtroute daarvandaan doorheen loopt, in ruimten onder het meetniveau en langs beschermde vluchtroutes. Welke ruimten in uw pand daaronder vallen, hangt af van de indeling en het gebruik. Laat het bij twijfel per ruimte beoordelen.
Hoe lang moet noodverlichting blijven branden bij een stroomuitval?
Volgens het Bbl minstens 60 minuten. Ze moet binnen 15 seconden aan zijn en in die tijd minstens 1 lux geven op de vloer of de trap. Voor de vluchtrouteaanduiding geldt dat ze binnen 15 seconden zichtbaar is en minstens 60 minuten zichtbaar blijft. Of uw systeem dat haalt, ziet u bij een duurtest.
Heb ik een certificaat nodig voor mijn noodverlichting?
Een certificaatplicht voor noodverlichting staat niet in de uitleg van de rijksregels; die noemt prestatie-eisen en een algemene zorgplicht. Uw verzekeraar of een vergunning voor het gebruik van het pand kan wel meer vragen. Kijk in uw polis en uw vergunning. Een goed bijgehouden logboek helpt in elk geval om te laten zien hoe u de noodverlichting onderhoudt.
Mag ik de noodverlichting zelf testen?
Een rondgang en een korte functietest met de testvoorziening die daarvoor is aangelegd, kunt u als beheerder zelf doen. Armaturen openen, accu's vervangen of groepen in de verdeler uitzetten om een stroomuitval na te bootsen, laat u over aan een vakman. Een duurtest plant u buiten werktijd, omdat de accu daarna een tijd moet opladen.
Wat is het verschil tussen noodverlichting en vluchtrouteaanduiding?
Noodverlichting geeft licht op de vloer en de trap, zodat mensen bij een stroomuitval zien waar ze lopen. Vluchtrouteaanduiding bestaat uit de pictogrammen die de weg naar de uitgang wijzen. Voor allebei staan eisen in het Bbl, en allebei horen ze bij uw controleronde.
Wat zet ik in een logboek voor noodverlichting?
Per controle: de datum, wie er controleerde, wat er is gedaan (rondgang, functietest of duurtest), wat er mis was en wanneer het is hersteld. Noteer ook wijzigingen, zoals nieuwe armaturen, vervangen accu's of een andere indeling van het pand. NEN-EN 50172:2024 gaat ook over de registratie van controles.
Hulp van Eplus
- NoodverlichtingNoodverlichting en vluchtrouteaanduiding laten aanleggen, testen en vastleggen.
- Brandmelding, noodverlichting & beveiligingNoodverlichting en beveiliging in een bedrijfspand, samen bekeken.
- SCIOS Scope 8 & Scope 10 inspectiesInspectie van de vaste elektrische installatie, los van de test van de noodverlichting.
Bronnen
- Rijksregels bouwwerkinstallaties bij nieuwbouw, waaronder noodverlichting, IPLO (Rijk). Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- Rijksregels installaties voor brandveiligheid bij nieuwbouw, waaronder vluchtrouteaanduiding, IPLO (Rijk). Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- Overzicht van normen die het Bbl aanwijst, NEN. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- NEN-EN 1838:2025, status van de norm, NEN, NEN-EN 1838:2025. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- NEN-EN 50172:2024, status van de norm, NEN, NEN-EN 50172:2024. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- NEN 3140:2011+A3:2019, status van de norm, NEN, NEN 3140:2011+A3:2019. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
