Veiligheid en inspectie

Brandmeldinstallatie in een bedrijfspand: wie doet onderhoud en inspectie?

Bij de ingang van uw bedrijfspand hangt een paneel met lampjes, aan het plafond zitten melders, en af en toe komt er een monteur langs. Maar wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor die brandmeldinstallatie: het onderhoudsbedrijf, de inspecteur of de installateur die de stroom aanlegde?

Kort antwoord

De eigenaar of gebruiker van het pand blijft verantwoordelijk voor onderhoud en inspectie van de brandmeldinstallatie, ook als het werk is uitbesteed. Een onderhoudsbedrijf houdt de installatie in orde volgens de voorschriften van de leverancier en NEN 2654-1+C1:2018. Een verplichte installatie heeft daarnaast een geldig inspectiecertificaat nodig van een inspectie-instelling: drie jaar geldig, of één jaar bij verplichte doormelding naar de brandweer. De voeding en de bekabeling horen bij de elektrische installatie van het pand.

Op deze pagina (9)
  1. Wie doet wat: de rollen op een rij
  2. Verplicht of niet: waarom dat uitmaakt
  3. De eigenaar of gebruiker blijft verantwoordelijk
  4. Beheer: de dagelijkse kant
  5. Onderhoud: wat de regels vragen
  6. Inspectie en het inspectiecertificaat
  7. Voeding en bekabeling: waar de elektrische installatie begint
  8. Veelgemaakte misverstanden
  9. Wanneer schakelt u een vakman in?

Wie doet wat: de rollen op een rij

Een brandmeldinstallatie, kortweg BMI, ontdekt een brand in een vroeg stadium en slaat alarm. Rond zo'n installatie zijn meerdere partijen actief. Soms zijn de leverancier en het onderhoudsbedrijf hetzelfde bedrijf, maar de rollen blijven verschillend. Elke rol levert ook iets anders op: een afspraak, een rapport of een certificaat.

Drie begrippen vooraf

Brandmeldcentrale
Het bedieningspaneel en het hart van de installatie. De centrale verwerkt de signalen van de melders, laat zien waar een melding vandaan komt en zet het alarm in gang.
Melders
Automatische melders, zoals rookmelders en warmtemelders, en handbrandmelders waarmee iemand zelf alarm slaat. Samen bewaken ze de ruimten die onder de installatie vallen.
Doormelding
De installatie geeft een brandmelding automatisch door, zodat de brandweer wordt gealarmeerd zonder dat iemand hoeft te bellen. Of doormelding verplicht is, hangt af van het gebouw en het gebruik.
Rollen rond een brandmeldinstallatie in een bedrijfspand. Vereenvoudigd overzicht.
RolWat deze partij doetWat u ervan heeft
Eigenaar of gebruiker Blijft verantwoordelijk en zorgt dat onderhoud en inspectie worden uitgevoerd Een geregelde installatie, met afspraken op papier
Beheerder Kent de installatie, volgt meldingen en storingen op en houdt het logboek bij Een actueel beeld van meldingen, storingen en onderhoud
Leverancier Levert de installatie en de voorschriften voor gebruik en onderhoud De documentatie waar het onderhoud op steunt
Onderhoudsbedrijf Onderhoudt de installatie volgens de voorschriften van de leverancier en NEN 2654-1+C1:2018 Een onderhoudsrapport; bij een gecertificeerd bedrijf ook een onderhoudscertificaat als alles in orde is
Inspectie-instelling Inspecteert de installatie volgens het CCV-inspectieschema Het inspectiecertificaat, nodig bij een verplichte installatie
Elektrotechnisch installateur Legt de voeding en de bekabeling aan, als deel van de elektrische installatie van het pand Voeding en kabels die passen bij het ontwerp en de voorschriften van de leverancier

Wie welke rol heeft, verschilt per pand. Leg het vast, bijvoorbeeld in het logboek of in het onderhoudscontract.

Verplicht of niet: waarom dat uitmaakt

Of een bedrijfspand een brandmeldinstallatie moet hebben, hangt af van het gebouw en het gebruik ervan. De rijksregels daarvoor staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ook een brandverzekeraar of een huurcontract kan om een installatie vragen.

Voor de inspectie maakt dat verschil. Volgens IPLO, het informatiepunt van het Rijk over de Omgevingswet, moet een verplichte brandmeldinstallatie in gebruik een geldig inspectiecertificaat hebben (artikel 6.32 Bbl). Ga er bij een installatie die niet verplicht is niet vanzelf van uit dat er geen certificaat nodig is. Een verzekeraar kan er bijvoorbeeld in de polis om vragen.

Weet u niet of de installatie in uw pand verplicht is, of wat er geldt als ze dat niet is? Kijk in de stukken van het pand, zoals eerdere inspectierapporten en certificaten, en vraag het na bij uw gemeente of een inspectie-instelling.

De eigenaar of gebruiker blijft verantwoordelijk

Het CCV, het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, is de eigenaar van de schema's voor onderhoud en inspectie van brandmeldinstallaties. Volgens de veelgestelde vragen van het CCV blijft de eigenaar of de gebruiker van het gebouw verantwoordelijk voor het uitvoeren van onderhoud en inspecties, of voor het laten uitvoeren ervan.

Verantwoordelijk zijn betekent niet dat u het werk zelf doet. U zorgt dat het gebeurt, dat het wordt vastgelegd en dat bevindingen worden opgevolgd. Een onderhoudscontract neemt het werk over, niet uw verantwoordelijkheid.

In een huurpand hangt het van het huurcontract af wie wat regelt: de verhuurder, de huurder of allebei voor een deel. Staat het er niet duidelijk in, maak dan alsnog afspraken en leg ze vast.

Wat u als eigenaar of gebruiker regelt

  • Een onderhoudsbedrijf, met afspraken over wat er wordt onderhouden en hoe vaak.
  • Een inspectie op tijd, zodat het certificaat van een verplichte installatie geldig blijft.
  • Een beheerder die de installatie kent en het logboek bijhoudt.
  • Opvolging van bevindingen: gebreken laten herstellen en vastleggen dat het is gebeurd.
  • Afstemming vooraf bij een verbouwing, ander gebruik van het pand of werk aan de elektrische installatie.

Beheer: de dagelijkse kant

Beheer is het deel dat in uw eigen organisatie ligt. De beheerder kent de installatie. Die weet hoe de centrale werkt, volgt meldingen en storingen op en weet wie er gebeld moet worden. In een klein pand kan dat de ondernemer zelf zijn, in een groter pand bijvoorbeeld een facilitair medewerker.

De norm voor beheer, controle en onderhoud van brandmeldinstallaties is NEN 2654-1+C1:2018. Wat de beheerder controleert en hoe vaak, volgt uit die norm en uit de voorschriften van de leverancier. Laat u dat uitleggen door uw leverancier of onderhoudsbedrijf. NEN-normen zijn betaalde documenten; dit artikel geeft er geen tekst uit weer.

Het logboek

Het logboek is het geheugen van de installatie. Daarin staat wat er is gebeurd: meldingen, loze meldingen, storingen, onderhoud, wijzigingen en herstel. Een loze melding is een alarm zonder brand, bijvoorbeeld door stof, damp of werkzaamheden.

Een bijgehouden logboek helpt het onderhoudsbedrijf en de inspecteur. Het laat ook zien dat het beheer op orde is. Bewaar het bij de centrale of op een vaste plek die de beheerder en het onderhoudsbedrijf kennen.

Onderhoud: wat de regels vragen

Volgens de IPLO-pagina over brandveiligheidsinstallaties moeten beheer, controle en onderhoud adequaat zijn. Dat is in het algemeen zo als de voorschriften van de leverancier worden gevolgd. IPLO noemt NEN 2654 als de norm die beschrijft hoe dat gaat.

NEN 2654-1 staat niet in het overzicht van NEN met normen die het Bbl aanwijst. Hoe vaak er onderhoud nodig is, spreekt u af op basis van de voorschriften van de leverancier en NEN 2654-1+C1:2018.

Wie mag het onderhoud doen?

Op de IPLO-pagina staat niet wie het onderhoud moet uitvoeren. Het CCV heeft wel een certificatieschema voor onderhoud van brandmeldinstallaties. Dat schema gaat over de technische kant van het onderhoud volgens NEN 2654-1, niet over hoe vaak het moet.

Alleen een onderhoudsbedrijf dat volgens dat schema is gecertificeerd, kan een CCV-onderhoudscertificaat afgeven. Zo'n bedrijf levert na het onderhoud een rapport met het CCV-merk, en een onderhoudscertificaat als alles in orde is.

Of uw verzekeraar of uw inspectie-instelling een gecertificeerd onderhoudsbedrijf verwacht, vraagt u het best na voordat u een onderhoudscontract afsluit.

Inspectie en het inspectiecertificaat

Onderhoud zorgt dat de installatie blijft doen wat ze moet doen. Inspectie is iets anders: een inspectie-instelling beoordeelt of de installatie aan de eisen voldoet. Dat gebeurt volgens het CCV-inspectieschema Brandbeveiliging. Is het resultaat goed, dan volgt een inspectiecertificaat.

Bij nieuwbouw krijgt een certificeerbare brandmeldinstallatie een inspectiecertificaat volgens dat schema (artikel 4.210 Bbl). In gebruik moet een verplichte installatie een geldig certificaat hebben (artikel 6.32 Bbl). Volgens IPLO geldt in gebruik hetzelfde voor een ontruimingsalarminstallatie, de installatie die aangeeft dat iedereen het gebouw moet verlaten (artikel 6.33 Bbl).

Hoe lang is het inspectiecertificaat geldig?

Geldigheid volgens IPLO (artikel 6.32 Bbl), stand 12 oktober 2026.
SituatieGeldigheid inspectiecertificaat
Verplichte brandmeldinstallatie, zonder verplichte doormelding 3 jaar
Verplichte brandmeldinstallatie, met verplichte doormelding naar de brandweer 1 jaar

Tussen twee inspecties loopt het onderhoud gewoon door, volgens de afspraken met uw onderhoudsbedrijf.

Komen er bij de inspectie gebreken naar voren, dan laat u die herstellen door het onderhoudsbedrijf of de leverancier. Wat er daarna nodig is voor het certificaat, hoort u van de inspectie-instelling. Plan de volgende inspectie ruim voordat het certificaat verloopt, zodat er tijd is om gebreken op te lossen.

Voeding en bekabeling: waar de elektrische installatie begint

Een brandmeldinstallatie draait op stroom uit de elektrische installatie van het pand. De centrale wordt daaruit gevoed, en kabels verbinden de centrale met de melders, de sirenes en andere onderdelen. Dat deel van het werk hoort bij de elektrische installatie. Welke eisen er aan de voeding en de kabels worden gesteld, volgt uit het ontwerp en de voorschriften van de leverancier.

Voor het ontwerp en de kwaliteitseisen van een brandmeldinstallatie is er NEN 2535. Die norm staat in het overzicht van normen die het Bbl aanwijst. NEN heeft gewerkt aan een volledig herziene uitgave, met functionele eisen en prestatie-eisen. Welke uitgave voor uw installatie geldt, kunnen de leverancier en de inspectie-instelling u vertellen.

Werk aan de elektrische installatie

Een verbouwing of een aanpassing in de groepenkast kan de brandmeldinstallatie raken. Een groep die even uit moet, een kabel die wordt verlegd of een wand die verschuift: het lijkt klein, maar het kan een storing of een loze melding geven. Het kan ook betekenen dat een ruimte daarna niet meer wordt bewaakt zoals bedoeld.

Stem zulk werk daarom vooraf af met de beheerder en het onderhoudsbedrijf. Verandert de indeling of het gebruik van het pand, overleg dan ook met de leverancier en de inspectie-instelling of de installatie nog past.

De elektrische installatie zelf wordt los van de brandmeldinstallatie beheerd en geïnspecteerd. Hoe dat werkt, leest u in de uitleg over het veilig beheren en inspecteren van elektrische installaties.

Veelgemaakte misverstanden

“Het certificaat moet elk jaar opnieuw.” Niet altijd. Volgens IPLO is het inspectiecertificaat van een verplichte brandmeldinstallatie drie jaar geldig. Eén jaar geldt alleen als doormelding naar de brandweer verplicht is.

“Het onderhoudsbedrijf is verantwoordelijk.” Het onderhoudsbedrijf doet het werk. Verantwoordelijk voor het laten uitvoeren van onderhoud en inspecties blijft volgens het CCV de eigenaar of de gebruiker.

“Onderhoud en inspectie zijn hetzelfde.” Nee. Onderhoud houdt de installatie in goede staat. Inspectie beoordeelt haar en levert het inspectiecertificaat op. Een onderhoudscertificaat is dus geen inspectiecertificaat.

“NEN 2654-1 is een keurmerk.” Nee, het is een norm: een beschrijving van hoe beheer, controle en onderhoud kunnen gaan. Een certificaat hoort bij een schema, zoals die van het CCV.

Wanneer schakelt u een vakman in?

Neem contact op met uw onderhoudsbedrijf, de leverancier of een inspectie-instelling als een van deze situaties voor u geldt:

  • Het inspectiecertificaat is verlopen, of niemand weet wanneer het verloopt.
  • Er is geen onderhoudscontract, of het is onduidelijk wie het onderhoud doet.
  • Het logboek ontbreekt of wordt niet bijgehouden.
  • De centrale geeft steeds storingen of loze meldingen.
  • U gaat verbouwen, het pand anders gebruiken of de elektrische installatie aanpassen.

Gaat het om de voeding of de bekabeling, dan is dat elektrotechnisch werk.

Bij een brandmeldinstallatie verzorgt Eplus alleen de voeding en de bekabeling. Het inspecteren en keuren van brandmeldinstallaties doen wij niet; dat gebeurt door een daarvoor bevoegde partij.

Wat dat werk inhoudt, leest u op de pagina over voeding en bekabeling voor een brandmeldinstallatie. Meer over gebouwveiligheid en inspectie vindt u in de Kennisbank Veiligheid.

Veelgestelde vragen

  • Hoe vaak moet een brandmeldinstallatie worden geïnspecteerd?

    Bij een verplichte brandmeldinstallatie volgt dat uit de geldigheid van het inspectiecertificaat. Volgens IPLO is dat drie jaar, en één jaar als doormelding naar de brandweer verplicht is (artikel 6.32 Bbl). Zorg dat de volgende inspectie gepland staat voordat het certificaat verloopt. Onderhoud is een aparte afspraak: hoe vaak dat gebeurt, volgt uit de voorschriften van de leverancier en NEN 2654-1+C1:2018.

  • Wie regelt het onderhoud van een brandmeldinstallatie in een huurpand?

    Kijk eerst in het huurcontract. Volgens het CCV ligt de verantwoordelijkheid bij de eigenaar of de gebruiker, en in een huurpand zijn dat twee partijen. Het contract bepaalt dus wie het onderhoudsbedrijf en de inspectie regelt. Regelt de verhuurder het, vraag dan om een kopie van het laatste onderhoudsrapport en het inspectiecertificaat, en zorg dat de beheerder in het pand weet wie hij belt bij een storing. Staat er niets in het contract, leg dan samen schriftelijk vast wie wat doet.

  • Moet het onderhoud door een gecertificeerd bedrijf worden gedaan?

    Volgens IPLO moeten beheer, controle en onderhoud adequaat zijn; IPLO noemt daarbij de voorschriften van de leverancier en NEN 2654. Wie het onderhoud moet uitvoeren, staat daar niet. Wel kan alleen een bedrijf dat volgens het CCV-schema voor onderhoud is gecertificeerd, een CCV-onderhoudscertificaat afgeven. Vraag uw verzekeraar en uw inspectie-instelling wat zij verwachten.

  • Wat is het verschil tussen een onderhoudscertificaat en een inspectiecertificaat?

    Een onderhoudscertificaat komt van een gecertificeerd onderhoudsbedrijf, na onderhoud waarbij alles in orde bleek. Het zegt iets over het onderhoud. Een inspectiecertificaat komt van een inspectie-instelling die volgens het CCV-inspectieschema werkt. Dat certificaat vraagt het Bbl bij een verplichte installatie. Het ene vervangt het andere niet.

  • Welke normen gelden voor een brandmeldinstallatie?

    Voor het ontwerp en de kwaliteitseisen is dat NEN 2535; welke uitgave voor uw installatie geldt, hoort u van de leverancier of de inspectie-instelling. Voor beheer, controle en onderhoud is het NEN 2654-1+C1:2018. NEN 2535 staat in het overzicht van normen die het Bbl aanwijst, NEN 2654-1 niet. IPLO noemt NEN 2654 wel als beschrijving van goed onderhoud. Een norm is geen certificaat: dat komt van een onderhoudsbedrijf of een inspectie-instelling.

  • Keurt de installateur van de voeding ook de brandmeldinstallatie?

    Niet vanzelf. Voeding en bekabeling aanleggen is elektrotechnisch werk aan de installatie van het pand. Het onderhoud ligt bij een onderhoudsbedrijf, en het inspectiecertificaat komt van een inspectie-instelling. Een installatiebedrijf kan ook leverancier of onderhoudsbedrijf van brandmeldinstallaties zijn. Vraag dan na welke rol het bij uw installatie heeft en wat u daarvan op papier krijgt.

Hulp van Eplus

Bronnen

  1. Overzicht van normen die het Bbl aanwijst, NEN. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  2. Installaties voor brandveiligheid bij nieuwbouw (rijksregels), Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  3. Brandveiligheidsinstallaties bij gebruik van een bouwwerk (rijksregels), Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  4. NEN 2654-1:2018, status (vervangen door NEN 2654-1+C1:2018), NEN, NEN 2654-1+C1:2018. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  5. Norm voor brandmeldinstallaties herzien, NEN. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  6. CCV-certificatieschema Onderhoud brandmeldinstallaties, CCV, versie 6.0. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  7. Veelgestelde vragen inspectie en onderhoud, CCV. Geraadpleegd op . Bekijk de bron

Vraag over voeding of bekabeling van uw brandmeldinstallatie?

Bij een brandmeldinstallatie verzorgt Eplus alleen de voeding en de bekabeling. Onderhoud en inspectie lopen via uw onderhoudsbedrijf en een inspectie-instelling. Heeft u een vraag over het elektrotechnische deel, bijvoorbeeld bij een verbouwing? Neem contact op.

Neem contact op over het elektrotechnische deel
Bellen WhatsApp Offerte