Wat zijn volt, ampère, watt en kWh?
Op het typeplaatje van een kookplaat staat kW, op de automaten in uw groepenkast een getal in ampère en op uw energierekening kWh. Het stopcontact zelf geeft ongeveer 230 volt. Die vier eenheden hangen samen, maar ze meten elk iets anders.
Kort antwoord
Volt (V) is de spanning: de druk die de stroom laat lopen, in huis ongeveer 230 volt per fase. Ampère (A) is de stroomsterkte: hoeveel stroom er door een draad loopt. Watt (W) is het vermogen: spanning maal stroom, wat een apparaat op een moment vraagt. Kilowattuur (kWh) is energie: vermogen maal tijd. Uw meter telt kWh, en dat verbruik staat op uw energierekening.
Op deze pagina (8)
Vier eenheden in één overzicht
Elke eenheid beantwoordt een eigen vraag. Volt: met hoeveel druk staat de stroom klaar? Ampère: hoeveel stroom loopt er? Watt: hoeveel vraagt een apparaat op dit moment? Kilowattuur: hoeveel energie is er in totaal gebruikt?
De eerste drie gaan over één moment. De laatste gaat over een periode: een uur, een dag of een jaar. Dat verschil komt in dit artikel steeds terug.
| Eenheid | Wat het meet | Waar u het tegenkomt |
|---|---|---|
| Volt (V) | Spanning: de druk die de stroom laat lopen | Stopcontact, typeplaatje, lader van telefoon of laptop |
| Ampère (A) | Stroomsterkte: hoeveel stroom er door een draad loopt | Automaten in de groepenkast, de aansluitwaarde van uw woning, laadkabels |
| Watt (W) en kilowatt (kW) | Vermogen: wat een apparaat op een moment vraagt | Typeplaatje, kookplaat, warmtepomp, laadpaal |
| Kilowattuur (kWh) | Energie: vermogen maal tijd | Meter, energierekening, accu van een elektrische auto, thuisbatterij |
Kilo betekent duizend: 1 kilowatt is 1.000 watt.
Een vergelijking: water in een tuinslang
Elektriciteit ziet u niet. Een tuinslang met een kraan maakt de vier begrippen tastbaar.
- Volt is de waterdruk
- Zonder druk stroomt er niets, ook al ligt de slang klaar. Spanning is die druk: ze staat al op de leiding voordat er iets aangaat.
- Ampère is hoeveel water er doorheen loopt
- Hoeveel liter er per seconde door de slang gaat. Bij stroom is dat de stroomsterkte, in ampère.
- Watt is wat het water kan doen
- Een straal met veel druk en veel water kan een molentje hard laten draaien. Meer druk of meer water geeft meer vermogen. Daarom is watt spanning maal stroom.
- Kilowattuur is de volle emmer
- Hoeveel water er na een tijd in de emmer zit. Dat is wat uw meter telt: de hoeveelheid energie die in totaal is doorgegaan.
Waar de vergelijking ophoudt
Stroom loopt altijd in een kring: via de ene draad naar het apparaat en via een andere weer terug. Water uit een slang loopt gewoon weg in de tuin.
En de druk staat er altijd op. Op een stopcontact staat spanning, ook als er niets op is aangesloten. Een leeg stopcontact is dus niet ongevaarlijk.
Volt en ampère: spanning en stroom
Spanning en stroom worden vaak door elkaar gehaald. Ze horen bij elkaar, maar ze zijn niet hetzelfde.
Volt: de spanning
Spanning, gemeten in volt (V), is het verschil dat de stroom laat lopen. In een Nederlandse woning staat er per fase ongeveer 230 volt. Apparaten die u in het stopcontact steekt, zijn daarop gemaakt.
De spanning in huis blijft ongeveer gelijk, met één lamp aan of met de oven erbij. Wat verandert als u meer aanzet, is de stroom.
Ampère: hoeveel stroom er loopt
Stroomsterkte, gemeten in ampère (A), zegt hoeveel stroom er door een draad loopt. Hoeveel dat is, hangt af van wat er aanstaat: hoe meer vermogen het vraagt, hoe meer ampère er bij dezelfde spanning door de leiding gaat.
Stroom maakt een draad warm. Daarom is elke groep in de groepenkast beveiligd, meestal met een automaat die afschakelt als er te veel stroom door loopt. Het getal op die automaat is een waarde in ampère. Hoe dat samenwerkt met de aardlekschakelaar en de hoofdschakelaar, leest u in het artikel over de werking van een groepenkast.
Watt: vermogen is spanning maal stroom
Vermogen, gemeten in watt (W), zegt hoeveel energie een apparaat op een bepaald moment vraagt. U rekent het uit door spanning en stroom met elkaar te vermenigvuldigen: P = U × I. Daarin staat P voor vermogen, U voor spanning en I voor stroom.
Bij grotere apparaten ziet u meestal kilowatt (kW). Het vermogen staat op het typeplaatje of in de handleiding.
Met dezelfde formule rekent u terug: stroom is vermogen gedeeld door spanning. Zo ziet u ongeveer hoeveel ampère een apparaat trekt.
Aannames, zelf gekozen: een apparaat dat vooral warmte maakt, zoals een waterkoker of een elektrische kachel, met 2.000 W op het typeplaatje. Het staat op één fase van 230 V.
- Vermogen
- 2.000 W
- Spanning
- 230 V
- Stroom
- 2.000 W ÷ 230 V ≈ 8,7 A
Het apparaat trekt ongeveer 8,7 ampère.
Wat dit wel en niet betekent: Wat het wel zegt: ongeveer hoeveel stroom dit ene apparaat door de leiding van zijn groep laat lopen. Wat het niet zegt: hoeveel apparaten er nog bij kunnen op dezelfde groep. Dat hangt ook af van wat er al op die groep aanstaat, van de kabel en van de beveiliging. Bij apparaten met een motor of elektronica kan de stroom wat hoger liggen dan deze rekensom, en bij het aanzetten kort een stuk hoger.
Watt, VA en het typeplaatje
Bij apparaten die vooral warmte maken, klopt spanning maal stroom vrijwel precies. Bij apparaten met een motor of elektronica, zoals een wasmachine, een warmtepomp of een computer, ligt het werkelijke vermogen vaak wat lager dan spanning maal stroom.
Op het typeplaatje van zulke apparaten staat soms VA (voltampère) naast of in plaats van watt. VA is spanning maal stroom zonder die correctie. Voor een eerste indruk van wat een apparaat vraagt, is het vermogen op het typeplaatje of in de handleiding het handigste getal. Of het op een groep past, beoordeelt een installateur.
Kilowattuur: vermogen maal tijd
Een kilowattuur (kWh) is een hoeveelheid energie. U krijgt het door het vermogen te vermenigvuldigen met de tijd dat een apparaat aanstaat. Eén kWh is wat een apparaat van 1.000 watt in één uur gebruikt.
Het verschil tussen kW en kWh lijkt op dat tussen kilometer per uur en kilometer. Kilometer per uur zegt hoe hard u rijdt. Kilometers zeggen hoe ver u bent gekomen. Zo zegt kW hoeveel een apparaat op een moment vraagt, en kWh hoeveel energie het in totaal heeft gebruikt.
Uw meter telt kWh, en op uw energierekening staat uw verbruik ook in kWh. Ook de capaciteit van een accu of een thuisbatterij wordt in kWh opgegeven: hoeveel energie erin past.
Aannames, zelf gekozen: apparaat A vraagt 2.000 W en staat op een dag in totaal 6 minuten aan, zoals een waterkoker zou kunnen doen. Apparaat B vraagt 50 W en staat de hele dag aan.
- Apparaat A
- 2 kW × 0,1 uur = 0,2 kWh per dag
- Apparaat B
- 0,05 kW × 24 uur = 1,2 kWh per dag
Apparaat B vraagt een veertigste van het vermogen van A, maar gebruikt op een dag zes keer zoveel energie.
Wat dit wel en niet betekent: De waarden zijn verzonnen om het principe te laten zien. Ze zeggen niets over een bepaald merk of type apparaat, en niets over kosten. Wat uw eigen apparaten verbruiken, hangt af van hun vermogen en vooral van hoe lang en hoe vaak ze aanstaan.
Een laadpaal: kW voor de snelheid, kWh voor de hoeveelheid
Bij een laadpaal ziet u beide eenheden. Het laadvermogen in kW zegt hoe snel er geladen wordt. Volgens Milieu Centraal is dat op één fase hooguit ongeveer 3,7 kW. Hoeveel kWh er naar de auto gaat, hangt af van hoe lang er geladen wordt.
Bij een kookplaat of een warmtepomp werkt het net zo. Het vermogen zegt wat ze op een moment vragen. Hoe lang ze aanstaan, bepaalt het verbruik.
Aannames: een laadpaal die op één fase laadt met ongeveer 3,7 kW, het maximum dat Milieu Centraal voor 1-fase noemt. De auto neemt dat vermogen 4 uur lang volledig op.
- Laadvermogen
- 3,7 kW
- Laadtijd
- 4 uur
- Energie
- 3,7 kW × 4 uur = 14,8 kWh
In die vier uur gaat er ongeveer 14,8 kWh door de laadpaal.
Wat dit wel en niet betekent: Dit is een theoretische uitkomst. De lader in de auto, de boordlader, bepaalt mee hoe snel het werkelijk gaat, en als de accu bijna vol is, kan het laden trager gaan. Een deel van de energie gaat bij het laden als warmte verloren, dus niet alles komt in de accu terecht. Over kosten of over wat uw installatie aankan, zegt dit voorbeeld niets.
Ampère in de meterkast, kWh op de rekening
Twee getallen raken vaak door elkaar: de ampère van uw aansluiting en de kWh op uw energierekening. Ze gaan over iets anders.
- De aansluitwaarde staat in ampère, bijvoorbeeld 3x25A: drie fasen van elk 25 ampère. Dat is een grens voor wat er op één moment naar binnen kan. Met 230 volt per fase kunt u die grens omrekenen naar vermogen.
- Het verbruik staat in kWh. De meter telt hoeveel energie er in totaal door is gegaan, over een dag, een maand of een jaar.
De aansluitwaarde begrenst dus het vermogen tegelijk, de meter telt de energie over de tijd. Wat 1-fase en 3-fase betekenen en wat een aansluiting theoretisch tegelijk levert, leest u in het artikel over 1-fase of 3-fase.
Veelgemaakte misverstanden
- ‘Een apparaat met veel watt verbruikt altijd veel.’
- Niet per se. Verbruik is vermogen maal tijd. Een zwaar apparaat dat kort aanstaat, kan minder kWh gebruiken dan een licht apparaat dat dag en nacht aanstaat.
- ‘Wat uit staat, verbruikt niets.’
- Veel apparaten gebruiken op stand-by nog een beetje vermogen. Over een heel jaar telt dat op in kWh.
Wanneer schakelt u een vakman in?
Rekenen met volt, ampère en watt helpt om te begrijpen wat er in huis gebeurt. Of iets veilig past, hangt ook af van de kabels, de groepen en de beveiliging. Schakel een installateur in als:
- er een groot apparaat bij komt, zoals een inductiekookplaat, een warmtepomp of een laadpaal;
- een groep afslaat zodra een bepaald apparaat aangaat;
- een stekker, stekkerdoos of stopcontact warm wordt of verkleurt;
- u twijfelt of uw groepen en aansluiting passen bij wat u tegelijk gebruikt.
Wilt u weten wat dit voor uw woning of bedrijfspand betekent? Lees meer over elektrische installaties bij Eplus. Meer uitleg over de basis vindt u in de Kennisbank basiskennis.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen kW en kWh?
kW (kilowatt) is vermogen: hoeveel energie een apparaat op een moment vraagt. kWh (kilowattuur) is energie: hoeveel er in een bepaalde tijd is gebruikt. U krijgt kWh door het vermogen te vermenigvuldigen met het aantal uren dat het apparaat aanstaat. Een apparaat van 2 kW dat een half uur aanstaat, gebruikt dus 1 kWh.
Hoe reken ik watt om naar ampère?
Deel het vermogen in watt door de spanning in volt. In huis rekent u met ongeveer 230 volt per fase. Een apparaat van 1.000 watt trekt dan ongeveer 4,3 ampère (1.000 ÷ 230). Andersom vermenigvuldigt u: ampère maal 230 geeft watt. Bij apparaten met een motor of elektronica is dit een benadering. Of een apparaat op een groep past, zegt deze som niet.
Hoeveel is 1 kWh?
Eén kilowattuur is de energie die een apparaat van 1.000 watt in één uur gebruikt. Hetzelfde krijgt u met 500 watt in twee uur of met 100 watt in tien uur. Op het display van uw meter en op uw energierekening staat uw verbruik in deze eenheid.
Waarom staat bij een laadpaal kW en bij een accu kWh?
Omdat ze iets anders beschrijven. Het vermogen van een laadpaal in kW zegt hoe snel er energie naar de auto kan. De capaciteit van een accu of thuisbatterij in kWh zegt hoeveel energie erin past. Hoe lang laden duurt, hangt van allebei af, en van de lader in de auto zelf.
Telt het aantal ampère van mijn aansluiting mee op de energierekening?
Niet via uw verbruik: dat wordt gemeten en afgerekend in kWh. Wel via de netbeheerkosten: volgens netbeheerder Liander verhoogt een zwaardere aansluiting die kosten.
Is 230 volt gevaarlijk?
Ja. Aanraking van delen waar 230 volt op staat, kan een ernstige of dodelijke schok geven. Daarom zitten die delen achter afdekkingen en zijn er beveiligingen zoals de aardlekschakelaar. Open nooit een stopcontact, schakelaar of groepenkast en meet er niet zelf aan. Werk aan de installatie laat u over aan een installateur.
Hulp van Eplus
Bronnen
- Opladen elektrische auto, Milieu Centraal. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- Soorten aansluitingen (kleinverbruik), Liander. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- Test aardlekschakelaar kan ongelukken voorkomen, Techniek Nederland. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
