LED-verlichting in een bedrijfshal: besparing en terugverdientijd
Boven de stellingen hangen nog de oude armaturen, en ze branden van de eerste dienst tot de laatste. Een leverancier rekent u voor dat LED zich snel terugverdient. Of dat voor uw hal klopt, kunt u zelf narekenen, als u weet welke getallen in de som horen.
Kort antwoord
Wat LED in een bedrijfshal bespaart, volgt uit twee getallen: hoeveel vermogen de verlichting minder opneemt en hoeveel uur die per jaar brandt. Vermogen maal branduren, voor en na, geeft het verschil in kWh. Sturing op aanwezigheid en daglicht verlaagt de branduren. De terugverdientijd is de investering gedeeld door wat die kWh en het vermeden onderhoud per jaar opleveren. Een vast getal bestaat dus niet: het volgt uit uw eigen aannames.
Op deze pagina (9)
Waar de besparing vandaan komt
Een armatuur verbruikt energie zolang het brandt. Hoeveel, hangt af van het vermogen dat het opneemt, in watt, en het aantal uren dat het aanstaat. Vermogen maal tijd is energie, en die staat op uw rekening in kilowattuur (kWh). Een armatuur van 100 watt dat 10 uur brandt, verbruikt 1 kWh.
LED kan dus op twee manieren schelen: minder vermogen voor hetzelfde licht, en minder branduren doordat LED goed te dimmen en te schakelen is. Daarnaast verandert het onderhoud.
Reken met het vermogen van het hele armatuur
Het wattage op een TL-buis is niet altijd wat het armatuur uit het net haalt. Oudere armaturen hebben een voorschakelapparaat: een onderdeel dat de lamp aanstuurt en zelf ook vermogen opneemt. Bij LED doet de driver dat werk. Reken daarom met het opgenomen vermogen van het complete armatuur. Dat staat in de datasheet of op het typeplaatje. Kunt u daar niet veilig bij, laat het dan opnemen of meten door een installateur.
Vergelijk bij hetzelfde licht
Watt zegt hoeveel energie een armatuur gebruikt, niet hoeveel licht het geeft. De lichtstroom, in lumen, is de hoeveelheid licht die het uitstraalt. De verlichtingssterkte, in lux, is hoeveel daarvan op de vloer of het werkvlak terechtkomt.
Vergelijk daarom bij hetzelfde lichtniveau op de werkplek. Gaf de oude verlichting te weinig licht, dan valt de besparing lager uit dan een vergelijking per lamp doet denken. Hing er meer licht dan nodig, dan kan het nieuwe plan met minder toe.
Zo rekent u de besparing uit in kWh
De rekensom zelf is eenvoudig. Het werk zit in de juiste getallen. Reken per zone, want een expeditievloer brandt vaak langer dan een opslag achterin.
De rekensom
- Verbruik nu: aantal armaturen × opgenomen vermogen per armatuur in kW × branduren per jaar = kWh per jaar.
- Verbruik straks: dezelfde som voor de nieuwe armaturen, met het aantal uit het lichtplan en de branduren die overblijven na sturing.
- Besparing: verbruik nu min verbruik straks, in kWh per jaar.
Rekenblad per zone
| Gegeven | Waar u het vindt | Let op |
|---|---|---|
| Aantal armaturen nu | Telling in de hal, per zone | Tel ook armaturen die nu defect zijn: straks branden ze weer |
| Opgenomen vermogen nu | Typeplaatje, datasheet of meting door een installateur | Inclusief voorschakelapparaat |
| Aantal armaturen straks | Lichtplan | Kan lager, gelijk of hoger uitkomen |
| Opgenomen vermogen straks | Datasheet van het aangeboden armatuur | Bij de lichtstand waarop het straks echt brandt |
| Branduren per jaar | Rooster, ploegendiensten, weekenden | Ook licht dat buiten werktijd blijft branden |
| Branduren na sturing | Eigen inschatting per zone, liever een meting na een proef | Per zone apart |
| Datum van de berekening | Zelf | Aannames verouderen; zet de datum erbij |
Een tussenmeter op de verlichtingsgroepen laat het werkelijke verbruik in kWh zien. Zo'n meter laat u door een installateur plaatsen.
Fictief voorbeeld met zelf gekozen getallen. Aannames: een hal met 40 oude armaturen die elk 150 W opnemen, inclusief voorschakelapparaat. Volgens een lichtplan komen er 36 LED-armaturen van elk 100 W voor hetzelfde lichtniveau. Drie roosters: één dienst (2.500 branduren per jaar), twee diensten (4.500 uur) en dag en nacht (8.760 uur). In een variant op scenario A krijgen 12 armaturen boven weinig gebruikte stellingen aanwezigheidsdetectie; die branden dan naar schatting 1.000 in plaats van 2.500 uur.
- Vermogen nu
- 40 × 150 W = 6.000 W, dat is 6,0 kW
- Vermogen straks
- 36 × 100 W = 3.600 W, dat is 3,6 kW
- Scenario A, één dienst (2.500 uur)
- Nu 6,0 kW × 2.500 uur = 15.000 kWh. Straks 3,6 kW × 2.500 uur = 9.000 kWh. Verschil: 6.000 kWh per jaar.
- Scenario B, twee diensten (4.500 uur)
- Nu 27.000 kWh, straks 16.200 kWh. Verschil: 10.800 kWh per jaar.
- Scenario C, dag en nacht (8.760 uur)
- Nu 52.560 kWh, straks 31.536 kWh. Verschil: 21.024 kWh per jaar.
- Scenario A met aanwezigheidsdetectie
- 12 armaturen branden 1.500 uur minder: 12 × 0,1 kW × 1.500 uur = 1.800 kWh. Straks dus 7.200 kWh in plaats van 9.000 kWh.
Bij deze aannames verbruikt de nieuwe verlichting 6.000 tot 21.024 kWh per jaar minder, afhankelijk van het rooster. Met aanwezigheidsdetectie komt daar in scenario A nog 1.800 kWh bij.
Wat dit wel en niet betekent: Fictief voorbeeld. De vermogens en aantallen zijn zelf gekozen en geen typische waarden voor oude of nieuwe armaturen; ze zeggen niets over uw hal. Een lichtplan kan ook op evenveel of meer armaturen uitkomen. Wat het wel laat zien: bij hetzelfde verschil in vermogen bepalen de branduren hoeveel kWh u bespaart. Wat het niet geeft: een terugverdientijd. Daarvoor hebt u uw eigen prijs per kWh, een offerte en uw onderhoudskosten nodig.
Hetzelfde verschil in vermogen levert in een hal die dag en nacht brandt ruim drie keer zoveel kWh op als bij één dienst. Noteer de branduren per zone daarom eerlijk, ook de uren dat er niemand in de hal is.
Van kWh naar terugverdientijd
Een besparing in kWh is nog geen terugverdientijd. Daarvoor zet u de kWh om in geld, telt u het vermeden onderhoud erbij en legt u dat naast de investering. Bedragen staan hier bewust niet: uw contract, uw offerte en uw onderhoudskosten bepalen de uitkomst.
De terugverdientijd in vijf stappen
- Neem de besparing in kWh per jaar uit de rekensom hierboven.
- Vermenigvuldig die met uw prijs per kWh uit het energiecontract. Gebruik dezelfde btw-status als in de offerte.
- Tel het onderhoud op dat u per jaar niet meer doet, zoals lampen vervangen met een hoogwerker. Reken alleen met wat u nu echt kwijt bent.
- Trek af wat er per jaar bijkomt, zoals onderhoud aan sensoren en sturing.
- Deel de investering door het jaarbedrag uit stap 2 tot en met 4. De uitkomst is een eenvoudige terugverdientijd in jaren.
Wat in de investering hoort
- Armaturen en drivers, en eventueel sensoren en sturing.
- Montage, inclusief hoogwerker en het afzetten van gangpaden.
- Het lichtplan.
- Aanpassingen aan groepen en bekabeling, als die nodig zijn.
- Afvoer van de oude armaturen en lampen.
- Aanpassingen aan de noodverlichting, als die in de oude armaturen zat.
Onderhoud telt mee
In een hoge hal is een lamp vervangen zelden een kleine klus: er is een hoogwerker nodig, en soms moet een gangpad dicht of een machine stil. Ook LED vraagt onderhoud. De datasheet vermeldt na hoeveel branduren de lichtopbrengst tot een bepaald niveau is gedaald, en een driver kan uitvallen. Vraag of de driver los te vervangen is.
Reken met meer dan één prijs
Energieprijzen veranderen, en de terugverdientijd verandert mee. Reken de som met twee of drie prijzen per kWh: de prijs van nu, een lagere en een hogere. Zo ziet u hoe gevoelig uw besluit is voor de energieprijs. Zet bij elke berekening de datum en de herkomst van de prijs.
Genoeg licht op de juiste plek
Besparen heeft alleen zin als het licht goed blijft. In een hal wordt gewerkt, gereden en gecontroleerd, en fijn werk aan een werkbank vraagt meer licht dan een looppad. Een lichtplan rekent per zone uit hoeveel armaturen er nodig zijn en waar ze hangen.
Waar een lichtplan op let
- Verlichtingssterkte
- Hoeveel licht er op de vloer of het werkvlak valt, in lux. Hoeveel nodig is, hangt af van de taak in de zone.
- Gelijkmatigheid
- Of het licht gelijk over de ruimte valt. Donkere stroken tussen stellingen zijn lastig voor wie er loopt of met een heftruck rijdt.
- Verblinding
- Een fel lichtpunt in het blikveld, bijvoorbeeld voor een heftruckchauffeur die omhoog naar een stelling kijkt. De optiek van het armatuur en de ophanghoogte bepalen veel.
- Kleurweergave
- Hoe natuurlijk kleuren eruitzien onder het licht. Dat telt waar mensen kleurcodes, etiketten of producten beoordelen.
- Flikkering
- Snel knipperend licht, vaak te snel om bewust te zien. Bij draaiende machinedelen kan dat de indruk geven dat iets stilstaat of langzamer draait.
- Bescherming tegen stof en vocht
- De IP-codering geeft aan hoe goed een armatuur beschermd is tegen stof en water. Een stoffige productiehal of een koelcel vraagt een ander armatuur dan een droog magazijn.
Retrofit of nieuwe armaturen
Bij een retrofit blijft het oude armatuur hangen en komt er een LED-lamp of LED-buis in. Bij volledige vervanging komt er een nieuw armatuur. Beide kunnen kloppen, maar ze tellen anders mee in de rekensom.
De twee routes naast elkaar
| Punt | Retrofit: LED-buis in het bestaande armatuur | Nieuw LED-armatuur |
|---|---|---|
| Investering | Lager: lampen en eventueel ombouw | Hoger: complete armaturen en montage |
| Lichtverdeling | Blijft zoals het oude armatuur, met de oude reflector | Opnieuw te kiezen per zone, via het lichtplan |
| Sturing | Beperkt; sensoren komen er apart bij | Dimmen en sensoren vaak in of aan het armatuur |
| Werk in de hal | Korter per armatuur | Meer werk op hoogte, soms ook aan de bekabeling |
| Wat oud blijft | Behuizing, lamphouders en de bedrading in het armatuur, of een deel daarvan | Alleen de voeding naar het armatuur |
Welke route past, hangt af van de staat van de huidige armaturen, het gewenste lichtniveau en of u sturing wilt.
Let op bij ombouwen
Ombouwen is werk voor een vakman. Sommige LED-buizen zijn bedoeld voor het bestaande voorschakelapparaat; voor andere moet het voorschakelapparaat worden overbrugd of verwijderd. Dan verandert de bedrading in het armatuur, en is het niet meer het product dat de fabrikant leverde. Laat een vakman beoordelen welke route bij uw armaturen past, de ombouw uitvoeren en vastleggen wat er is veranderd.
Op een oud armatuur met verkleurde of brosse onderdelen heeft ombouwen weinig zin.
Sturing: aanwezigheid en daglicht
Sturing verlaagt de branduren zonder dat het vermogen verandert. Oudere gasontladingslampen, zoals hogedruklampen, hebben na het aanzetten tijd nodig om op sterkte te komen. LED is direct op sterkte, en daardoor geschikt om op aanwezigheid te schakelen.
Drie vormen van sturing in een hal
- Aanwezigheidsdetectie: een sensor schakelt of dimt het licht in een zone als er een tijd niemand is, bijvoorbeeld in gangpaden tussen stellingen.
- Daglichtregeling: een sensor meet hoeveel daglicht er via lichtstraten of ramen binnenkomt en dimt de armaturen in die zone terug.
- Tijd en zones: licht dat buiten werktijd vanzelf uitgaat, en zones die los te schakelen zijn. Zo brandt niet de hele hal voor één persoon achterin.
Sensoren moeten passen bij de ophanghoogte, de looproutes en het heftruckverkeer. Schakel looppaden en vluchtroutes niet zomaar helemaal uit; terugdimmen is daar vaak de betere keuze. Laat de zones en instellingen in het lichtplan meenemen, dan kunt u de branduren na sturing ook in de rekensom gebruiken.
Wat de installatie vraagt
Nieuwe verlichting is een wijziging van de elektrische installatie. Nieuwe installaties, uitbreidingen en wijzigingen worden ontworpen en aangelegd volgens NEN 1010:2020+C1:2024, de actuele uitgave van de norm voor laagspanningsinstallaties (stand 12 oktober 2026).
Volgens NEN geldt de norm ook voor utiliteitsgebouwen en industrie, en voor de delen van de bestaande installatie die door een wijziging worden geraakt.
Groepen en inschakelstroom
Minder vermogen betekent niet dat de bestaande groepen vanzelf passen. LED-drivers trekken bij het aanzetten heel kort een hoge stroom: de inschakelstroom. Gaan veel armaturen op één groep tegelijk aan, dan kan de automaat daardoor afslaan, ook al is het vermogen daarna lager dan voorheen.
Een installateur verdeelt de armaturen over de groepen en stemt de beveiliging daarop af. Wat een groep en een automaat doen, leest u in de uitleg over de groepenkast.
Minder vermogen voor verlichting geeft wel ruimte binnen uw bestaande aansluiting. Of die ruimte genoeg is voor andere verbruikers, is een aparte rekensom.
Noodverlichting niet vergeten
Noodverlichting heeft eigen eisen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), voor nieuwbouw en voor bestaande gebouwen. Waar noodverlichting nodig is, moet die binnen 15 seconden na stroomuitval minstens 60 minuten lang minstens 1 lux op de vloer of de trap geven. IPLO zet de rijksregels op een rij.
Zit de noodverlichting nu in de gewone armaturen, dan verdwijnt die bij vervanging mee. Neem de noodverlichting daarom mee in het plan.
Veelgemaakte misverstanden
- “LED bespaart in elke hal evenveel.”
- De besparing hangt af van het verschil in vermogen en van de branduren. Een hal die dag en nacht brandt, bespaart met hetzelfde armatuur veel meer kWh dan een opslag die een paar uur per dag aan is.
- “De terugverdientijd uit een brochure geldt ook voor mijn hal.”
- Een terugverdientijd zonder aannames zegt weinig. Vraag welke branduren, welk vermogen voor en na, welke prijs per kWh en welk lichtniveau erachter zitten.
- “Een LED-buis van minder watt geeft vanzelf evenveel licht.”
- Watt zegt iets over verbruik, niet over licht. Of het licht op de werkplek gelijk blijft, laat een lichtplan of een meting op de werkvloer zien.
Wanneer schakelt u een vakman in?
Een deel van de rekensom kunt u zelf voorbereiden: armaturen tellen, roosters noteren en de prijs uit uw contract halen. Schakel een vakman in als een van deze situaties speelt.
- U kent het opgenomen vermogen van de huidige armaturen niet en wilt het laten meten.
- U twijfelt tussen ombouwen en nieuwe armaturen, of er is een lichtplan nodig.
- U wilt sturing per zone, op aanwezigheid of daglicht.
- Er zit noodverlichting in de huidige armaturen.
- Een groep slaat weleens af als de verlichting aangaat.
Eplus werkt aan verlichting in bedrijfsruimtes en magazijnen in Heerhugowaard en omgeving. Lees meer over verlichting vervangen en schakelen en over elektrotechniek voor bedrijfspanden. Een offerte laat zien wat de nieuwe verlichting kost; de rekensom met uw eigen prijs en roosters maakt u daarna zelf.
Veelgestelde vragen
Hoeveel bespaart LED-verlichting in een bedrijfshal?
Dat verschilt per hal. De besparing in kWh per jaar is het verschil in opgenomen vermogen tussen de oude en de nieuwe verlichting, maal het aantal branduren. Sturing haalt daar nog branduren af. Een hal die lang brandt, bespaart bij hetzelfde verschil in vermogen meer kWh dan een hal die kort brandt. Zonder uw armaturen en roosters te kennen, kan niemand er vooraf een vast getal op plakken.
Wat is de terugverdientijd van LED-verlichting in een bedrijfshal?
Die rekent u uit met uw eigen gegevens: de investering gedeeld door wat de besparing per jaar oplevert. Die opbrengst is de besparing in kWh maal uw prijs per kWh, plus het onderhoud dat u niet meer hoeft te doen, min nieuwe onderhoudskosten. Meer branduren geven bij dezelfde investering een kortere terugverdientijd. Reken met meer dan één energieprijs, want de uitkomst verschuift mee.
Kunnen de TL-buizen in de hal worden vervangen door LED-buizen?
Vaak wel, als retrofit, maar laat dat door een vakman doen. Die beoordeelt welke LED-buis bij het armatuur en het voorschakelapparaat past; bij sommige buizen moet de bedrading in het armatuur worden aangepast. Houd er rekening mee dat de lichtverdeling van het oude armatuur blijft en dat sturing lastiger is. Is de hal slecht verlicht of zijn de armaturen versleten, reken dan ook nieuwe armaturen door.
Hoeveel licht is nodig in een bedrijfshal?
Dat hangt af van wat er in elke zone gebeurt. Fijn werk, controle of inpakken vraagt meer licht dan een looppad of een opslag. Een lichtplan rekent per zone uit hoeveel armaturen nodig zijn om het gewenste lichtniveau gelijkmatig en zonder hinderlijke verblinding te halen. Vergelijk oude en nieuwe verlichting altijd bij hetzelfde lichtniveau.
Hebben bewegingssensoren zin in een bedrijfshal?
Vaak wel in zones waar weinig wordt gelopen, zoals gangpaden tussen stellingen of een opslag achterin. Daar branden de lampen dan minder uren. In zones waar de hele dag wordt gewerkt, levert detectie weinig op. Met LED gaat dit goed, omdat het licht direct op sterkte is. Laat looppaden liever terugdimmen dan helemaal uitgaan.
Is er subsidie of een belastingvoordeel voor LED in een bedrijfspand?
Regelingen en voorwaarden veranderen en hangen af van uw bedrijf. Daarom noemen we hier geen regeling of voordeel. Kijk bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) wat op dit moment voor u geldt, en reken in uw terugverdientijd niet met een voordeel zolang u daar geen toezegging voor hebt.
Moet de noodverlichting mee als de verlichting wordt vervangen?
Niet altijd, maar neem haar wel mee in het plan. Zit de noodverlichting nu in de gewone armaturen ingebouwd, dan verdwijnt die bij vervanging. Waar noodverlichting nodig is, stelt het Bbl eigen eisen aan wat er bij stroomuitval gebeurt. Over het controleren van noodverlichting gaat een apart artikel in de Kennisbank.
Hulp van Eplus
Bronnen
- NEN 1010:2020+C1:2024, status van de norm, NEN, NEN 1010:2020+C1:2024. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- NEN 1010 Laagspanningsinstallaties (themapagina), NEN, NEN 1010:2020+C1:2024. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
- Bouwwerkinstallaties, rijksregels nieuwbouw (noodverlichting), IPLO (Rijk), Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Geraadpleegd op . Bekijk de bron
