Energie en laden

Zonnepanelen en elektrische veiligheid: waar moet u op letten?

Zet u de groep van de zonnepanelen in de meterkast uit, dan stopt een gewone omvormer met terugleveren. Maar de panelen op het dak en de kabels naar de omvormer blijven onder spanning zolang er licht op valt. Dat verschil tussen de twee kanten van het systeem bepaalt voor een groot deel de veiligheid van zonnepanelen. Hieronder leest u waar de risico's zitten, welke signalen ertoe doen en wat u veilig zelf kunt controleren.

Plat dak met rijen zonnepanelen en een kabelgoot waarin de kabels van de panelen zijn weggewerkt
Illustratief beeld

Kort antwoord

Let bij zonnepanelen op twee kanten. Aan de wisselstroomkant hoort de omvormer op een eigen groep in de groepenkast, zonder andere apparaten of stopcontacten. Aan de gelijkstroomkant blijven panelen en kabels onder spanning zolang er licht op valt, ook als die groep uit staat. Brand is zeldzaam; gebeurt het in de installatie, dan zijn connectoren een bekend zwak punt. Houd de omvormer vrij, kijk regelmatig vanaf de grond en laat al het werk aan een vakman over.

Op deze pagina (9)
  1. Zonnepanelen en veiligheid: twee kanten van één systeem
  2. De wisselstroomkant: een eigen groep in de groepenkast
  3. De gelijkstroomkant: spanning zolang er licht is
  4. Connectoren en kabels: waar brand kan ontstaan
  5. De omvormer: plek, ruimte en warmte
  6. Wat kunt u veilig zelf controleren?
  7. Keuring, verzekering en regels
  8. Veelgemaakte misverstanden
  9. Wanneer schakelt u een vakman in?

Zonnepanelen en veiligheid: twee kanten van één systeem

Elektrisch gezien bestaat een zonnestroomsysteem uit twee delen. De panelen op het dak maken gelijkstroom. Via kabels met stekkers, connectoren genoemd, gaat die stroom naar de omvormer. Dat is de gelijkstroomkant.

De omvormer zet de gelijkstroom om in wisselstroom, de stroom die uw apparaten en het net gebruiken. Een kabel brengt die naar een groep in de groepenkast. Dat is de wisselstroomkant.

Aan de wisselstroomkant draait de veiligheid om de groep en de beveiliging. Aan de gelijkstroomkant om spanning die u niet kunt uitzetten en om de verbindingen tussen panelen en omvormer.

De wisselstroomkant: een eigen groep in de groepenkast

De omvormer hoort op een eigen groep in de groepenkast. Op die groep zit verder niets: geen stopcontacten, geen lampen en geen andere apparaten. Dat benadrukt NEN, de organisatie die de Nederlandse normen uitgeeft, in een toelichting op de risico's van zonnepanelen in het stopcontact.

Volgens NEN geldt die regel zowel voor NEN 1010:2015+C2:2016 als voor de actuele uitgave van de installatienorm, NEN 1010:2020+C1:2024.

Waarom een eigen groep?

Een automaat in de groepenkast beschermt de kabel van een groep tegen te veel stroom. Hij meet alleen de stroom die vanuit de kast de groep in gaat.

Zit de omvormer op een groep met andere apparaten, dan komt een deel van de stroom voor die apparaten niet uit de kast, maar rechtstreeks van de omvormer. NEN wijst erop dat een stuk van de kabel dan te zwaar belast en te heet kan worden, zonder dat de automaat ingrijpt. Vooral in oudere woningen weet vaak niemand precies welke kabels er in de muren liggen.

Rekenvoorbeeld: omvormer en wasapparaten op één groep

Fictief voorbeeld. Aannames: één groep op 230 volt met een automaat van 16 ampère. Vlak bij de groepenkast zit op die groep een stopcontact met een omvormer. Verderop in dezelfde kabel staan een wasmachine en een droger, die samen ongeveer 4.600 watt vragen. De omvormer levert op dat moment ongeveer 920 watt.

Stroom voor de wasapparaten
4.600 W ÷ 230 V = 20 A
Stroom die de omvormer levert
920 W ÷ 230 V = 4 A
Stroom die de automaat meet
20 A min 4 A = 16 A
Stroom in de kabel tussen omvormer en wasapparaten
20 A

De automaat meet 16 A en grijpt niet in, terwijl een stuk van de kabel 20 A draagt.

Wat dit wel en niet betekent: Wat het wel betekent: met een omvormer op een gedeelde groep kan een stuk kabel meer stroom dragen dan de automaat ziet. Wat het niet betekent: dat de kabel bij 20 A meteen te heet wordt, of dat het met minder apparaten op de groep wel veilig is. Hoe warm een kabel wordt, hangt af van de doorsnede, het type, de aanlegwijze, de lengte, de temperatuur eromheen, hoeveel kabels bij elkaar liggen en de beveiliging. Daarom krijgt de omvormer een eigen groep.

Stekkerpanelen en oudere systemen

Ook een stekkerset, een paar panelen met een kleine omvormer en een gewone stekker, hoort volgens NEN in een stopcontact op een eigen groep waarop verder niets is aangesloten. Een verlengsnoer, kabelhaspel of stekkerdoos kan brand veroorzaken, net als een stekker die niet goed is vastgeklikt.

Hangt uw omvormer al jaren aan een gewoon stopcontact? Oudere uitgaven van NEN 1010 lieten dat voor kleine systemen nog toe. Laat dan nagaan wat er nog meer op die groep zit.

Beveiliging en aansluiting in de groepenkast

Welke automaat de groep krijgt en welke aardlekbeveiliging erbij hoort, hangt af van de omvormer, de kabel en de rest van de installatie. De installateur stemt dat af op de voorschriften van de fabrikant. Is de groepenkast vol, dan moet die eerst worden uitgebreid of aangepast. Dat is werk aan de elektrische installatie in huis, los van de panelen op het dak.

Welke andere apparaten om dezelfde reden een eigen groep krijgen, leest u in wanneer een apparaat een eigen groep nodig heeft.

De gelijkstroomkant: spanning zolang er licht is

Zonnepanelen hebben geen aan-uitknop. Zolang er licht op valt, staan de panelen en de kabels naar de omvormer onder spanning. Dat blijft zo als de groep in de meterkast uit staat, als de hoofdschakelaar uit staat en als het net in de straat is uitgevallen.

Die spanning kan hoog oplopen. Bij een gewone omvormer worden de panelen in een rij achter elkaar geschakeld, een string, en dan tellen de spanningen op. Brandweer Nederland rekent het voor: vijftien panelen van 40 volt in één string geven samen 600 volt gelijkspanning. Wie een open verbinding van een beschadigd systeem aanraakt, loopt groot gevaar.

Wat de groep in de meterkast wel en niet uitschakelt

Wat de groep van de zonnepanelen wel en niet uitschakelt, naar het advies van Brandweer Nederland (2020). Vereenvoudigd overzicht; uw installateur weet hoe uw systeem is opgebouwd.
Deel van het systeemStroomAls de groep van de zonnepanelen uit staat
Panelen op het dak Gelijkstroom Blijven onder spanning zolang er licht op valt
Kabels en connectoren naar de omvormer Gelijkstroom Blijven onder spanning zolang er licht op valt
Gewone omvormer Maakt van gelijkstroom wisselstroom Stopt met terugleveren
Hybride omvormer of systeem met batterij Maakt wisselstroom en laadt of ontlaadt de batterij Kan blijven werken; hoe u het uitschakelt, verschilt per installatie
Micro-omvormers bij de panelen Wisselstroom vanaf het dak De 230 V-kabel wordt spanningsloos; de panelen zelf blijven onder spanning bij licht

Ook als de groep uit staat, werkt u aan geen van deze delen zelf.

Weet hoe uw systeem uitgaat

Hoe u een hybride systeem of een systeem met een thuisbatterij uitschakelt, verschilt per installatie. Vraag het de installateur bij de oplevering, of alsnog.

Brandweer Nederland adviseert om bij de meterkast vast te leggen waar de omvormer, de schakelaars van het systeem en een eventuele batterij zitten. Dat helpt iedereen die er later aan werkt of bij een noodgeval komt.

Connectoren en kabels: waar brand kan ontstaan

Eerst de verhoudingen. Volgens een antwoord van de minister aan de Tweede Kamer (juni 2025) waren er in een meetperiode tussen 2022 en 2023 ongeveer 10.000 gebouwbranden. Bij 152 daarvan, ongeveer 1 procent, ging het om een gebouw met zonnepanelen. Afgezet tegen de circa 2,8 miljoen installaties op gebouwen is dat ongeveer 0,005 procent. De oorzaak lag even vaak wel als niet in de zonne-installatie. Omdat zulke branden weinig voorkomen, zijn de conclusies volgens de minister beperkt.

Begint een brand wel in de installatie zelf, dan wijzen de bronnen vooral naar de aanleg. Een inventarisatie van TNO uit 2019 en een advies van Brandweer Nederland uit 2020 noemen slecht gemonteerde of niet bij elkaar passende connectoren als belangrijke oorzaak.

Begrippen bij connectoren

Cross-mating
Een connector van het ene merk of type koppelen aan een contrastekker van een ander merk of type. Ook als ze lijken te passen, kan het contact slechter zijn dan bij een gelijk paar.
Overgangsweerstand
Extra weerstand op de plek waar twee metalen delen elkaar raken, bijvoorbeeld in een slecht gemonteerde of aangetaste connector. Op die plek ontstaat warmte.
Vlamboog
Een vonk die over een kleine opening blijft staan en heel heet wordt. Bij gelijkstroom dooft zo'n vonk minder snel vanzelf dan bij wisselstroom.

Waar de bronnen op wijzen

  • Verschillende connectoren op elkaar. TNO en de brandweer noemen cross-mating als deel van het probleem. Het advies van de brandweer: één type connector per systeem, tenzij beide fabrikanten de combinatie toestaan.
  • Onvakkundig monteren. Ook een connector die niet goed is gemonteerd, kan volgens TNO een slecht contact geven, met warmte, vlambogen en uiteindelijk brand als gevolg.
  • Water. Connectoren horen niet in water te liggen, bijvoorbeeld in een dakgoot of een plas op een plat dak. Vocht kan het metaal aantasten en het contact slechter maken.
  • Kabels en bevestiging. Een kabel die strak staat, langs een scherpe rand schuurt of los over het dak ligt, kan beschadigen. Een vakman let erop dat kabels en connectoren goed zijn vastgezet.

De omvormer: plek, ruimte en warmte

Een omvormer wordt warm als hij werkt. Brandweer Nederland adviseert hem op een brandveilige achtergrond te hangen, zoals steen of gips, en er geen spullen tegenaan of omheen te zetten. Houd de ruimte rond de omvormer dus vrij, ook van dozen en wasgoed.

In het advies van de brandweer uit 2020 staan nog drie punten: hang de omvormer in een geventileerde en schone ruimte, zorg daar voor een rookmelder, en hang hem niet in een vluchtroute of in een ruimte waar mensen wonen of slapen. Een vluchtroute is de weg die u bij brand naar buiten neemt, zoals de trap en de gang naar de voordeur. Op zolder gelden dezelfde adviezen; slaapt er iemand of is de plek krap en warm, bespreek dat dan met de installateur.

Wat kunt u veilig zelf controleren?

Veel kunt u zien, horen of ruiken zonder iets te openen en zonder het dak op te gaan. Brandweer Nederland raadt aan om elke maand panelen en omvormer te bekijken vanaf een veilige plek, zoals de straat of de tuin.

Zo controleert u veilig

  • Vanaf de grond naar het dak kijken. Liggen de panelen nog recht? Hangen er kabels los, of ziet u schade, bijvoorbeeld na een storm? Veel vogels rond de panelen kunnen op nesten eronder wijzen.
  • De omvormer bekijken. Is de ruimte eromheen vrij? Ziet u verkleuring, smeltplekken of beschadigde kabels bij de omvormer?
  • Het display of de app aflezen. Een melding over isolatie, aarding of een interne fout is een signaal voor de installateur.
  • De voorkant van de groepenkast bekijken. Staat de groep van de zonnepanelen of een aardlekschakelaar omlaag? Zet hem één keer terug. Slaat hij opnieuw af, laat het dan uitzoeken.
  • De groep kennen. Zoek op het groepenoverzicht bij de kast welke groep bij de zonnepanelen hoort. Staat het er niet op, vraag het de installateur en laat het noteren.
  • De rookmelder testen. Hangt er een rookmelder in de ruimte van de omvormer, test hem dan met de testknop.

Valt de groep vaker uit?

Slaat de groep of de aardlekschakelaar van de zonnepanelen vaker af, bijvoorbeeld na regen? Dan kan er ergens vocht of een beschadiging in de installatie zitten. Wat u dan veilig kunt nagaan, leest u in wat te doen als de aardlekschakelaar steeds uitvalt.

Keuring, verzekering en regels

Zonnepanelen moeten worden aangesloten volgens de veiligheidseisen van NEN 1010. Dat volgt uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), schreef de minister in 2025 aan de Tweede Kamer. De installateur is in de eerste plaats verantwoordelijk voor een veilige aanleg. De gemeente ziet toe op de regels.

Een periodieke keuring van zonnepanelen is wettelijk niet voorgeschreven. De sector bewaakt de kwaliteit vooral zelf. Zo bestaat er een SCIOS-inspectie voor zonnestroominstallaties. Die wordt vooral bij grotere installaties gedaan, vrijwillig of op verzoek van een verzekeraar. Of uw verzekeraar zo'n inspectie vraagt, staat in uw polis.

Wat de brandweer aanraadt

  • Kies voor de panelen een installateur die is aangesloten bij een kwaliteitsregeling, en vraag of die verzekerd is.
  • Licht uw verzekeraar in dat u zonnepanelen hebt.
  • Laat een vakman de installatie nakijken als die 3 tot 5 jaar oud is.
  • Is de omvormer 10 jaar of ouder, bespreek dan met de installateur of vervanging nodig is. Lees ook wanneer een omvormer aan vervanging toe is.

Veelgemaakte misverstanden

“De groep is uit, dus alles is veilig.”
De groep in de meterkast stopt een gewone omvormer. De panelen en de kabels naar de omvormer blijven onder spanning zolang er licht op valt. Bij een hybride systeem of een batterij kan ook de omvormer doorwerken.
“Een omvormer kan in elk stopcontact.”
Volgens NEN hoort een zonnestroominstallatie, ook een stekkerset, op een eigen groep zonder andere verbruikers. Anders kan een stuk kabel te zwaar worden belast zonder dat de automaat ingrijpt.
“Zoemen betekent dat de omvormer kapot is.”
Niet per se. Een omvormer kan zacht zoemen of tikken terwijl hij werkt. Knetteren, brandlucht of verkleuring is wel een reden om de installateur te bellen.

Wanneer schakelt u een vakman in?

Schakel een vakman in als een van deze situaties bij u speelt.

  • U ruikt brandlucht, hoort knetteren of ziet verkleuring bij de omvormer, een kabel of de groepenkast.
  • De groep van de zonnepanelen of een aardlekschakelaar slaat vaker af, ook als terugzetten lukt.
  • De omvormer meldt een fout over isolatie, aarding of een interne storing.
  • De omvormer zit aan een stopcontact, of op een groep waar ook andere apparaten op zitten.
  • U ziet vanaf de grond losse of beschadigde kabels, of panelen die zijn verschoven.
  • Er komt een thuisbatterij bij, of u weet niet hoe u uw systeem uitschakelt.

Wat een vakman nakijkt

Wat een vakman per onderdeel van een zonnestroomsysteem nakijkt. Algemeen overzicht, geen volledige lijst.
OnderdeelWaar de vakman op letWie u ervoor belt
Groep en groepenkast Een eigen groep zonder andere verbruikers, een beveiliging die bij de omvormer past en ruimte in de kast Een elektrotechnisch installateur
Kabel van omvormer naar groepenkast Of de kabel bij het vermogen past, goed is vastgezet en onbeschadigd is Een elektrotechnisch installateur
Omvormer Ondergrond, vrije ruimte, ventilatie, rookmelder en de meldingen op het display De installateur van de zonnepanelen
Gelijkstroomkabels en connectoren Eén type connector of een toegestane combinatie, goede montage, niets in water, kabels niet strak De installateur van de zonnepanelen
Panelen op het dak Bevestiging en schade, bijvoorbeeld na een storm De installateur van de zonnepanelen
Aarding Of de aardverbindingen die bij het systeem horen, aanwezig zijn en goed vastzitten De installateur van de zonnepanelen

Waar nodig meet de vakman ook, bijvoorbeeld de isolatie van de kabels. Meten aan de installatie is geen werk voor bewoners.

Voor de panelen, de kabels op het dak en de connectoren is de installateur van uw zonnepanelen het aanspreekpunt. Eplus installeert zelf geen zonnepanelen. Wel kan Eplus de groep, de aardlekschakelaar en de bekabeling in huis nalopen, en een (hybride) omvormer plaatsen en aansluiten.

Veelgestelde vragen

  • Moeten zonnepanelen op een aparte groep?

    Ja. De omvormer hoort op een eigen groep in de groepenkast, zonder stopcontacten, lampen of andere apparaten op die groep. NEN noemt die regel voor de vorige en voor de actuele uitgave van NEN 1010. Is er geen groep meer vrij, dan wordt de groepenkast eerst uitgebreid of aangepast. Dat is werk voor een installateur.

  • Mag een omvormer of stekkerset in een gewoon stopcontact?

    Alleen in een stopcontact op een eigen groep waarop verder niets is aangesloten, zegt NEN. Zit er bijvoorbeeld ook een wasmachine op, dan kan een stuk kabel overbelast raken zonder dat de automaat afslaat. Gebruik geen verlengsnoer, kabelhaspel of stekkerdoos. Weet u niet of het stopcontact een eigen groep heeft, laat het dan eerst nagaan.

  • Zijn zonnepanelen brandgevaarlijk?

    Brand komt weinig voor. In de meetperiode tussen 2022 en 2023 was bij ongeveer 1 procent van de gebouwbranden een gebouw met zonnepanelen betrokken, en de oorzaak lag daarbij even vaak wel als niet in de installatie. Gaat het in de installatie mis, dan zit de oorzaak vaak in de aanleg, zoals connectoren die niet bij elkaar passen. Een vakkundige aanleg en een vrije plek voor de omvormer houden het risico klein.

  • Hoe schakel ik mijn zonnepanelen uit?

    Met de groep van de zonnepanelen in de meterkast stopt u een gewone omvormer. Helemaal uit zijn de zonnepanelen dan niet: panelen en kabels naar de omvormer blijven onder spanning zolang er licht op valt. Een hybride omvormer of een systeem met batterij kan zelfs doorwerken. Vraag de installateur hoe uw systeem uitgaat en laat dat bij de meterkast noteren. Zelf bedient u alleen die groep.

  • Waar mag de omvormer hangen, bijvoorbeeld op zolder of in de meterkast?

    Op zolder kan, als de plek klopt. Brandweer Nederland adviseert een brandveilige achtergrond zoals steen of gips, vrije ruimte eromheen, een geventileerde en schone ruimte met een rookmelder, en geen vluchtroute of ruimte waar iemand slaapt. Een meterkast is vaak krap en weinig geventileerd. Bespreek de plek daarom met de installateur.

  • Moet ik zonnepanelen melden bij mijn verzekering?

    Brandweer Nederland raadt aan uw verzekeraar in te lichten als u zonnepanelen hebt. Uw polis laat zien of de panelen zijn meeverzekerd en of de verzekeraar voorwaarden stelt, zoals een inspectie. Twijfelt u, vraag het dan na bij uw verzekeraar.

  • Moet ik mijn zonnepanelen laten keuren?

    Wettelijk hoeft dat niet periodiek. Er bestaat wel een SCIOS-inspectie voor zonnestroominstallaties, die vooral bij grotere installaties wordt gedaan, vrijwillig of omdat een verzekeraar erom vraagt. Brandweer Nederland noemt in haar onderhoudswijzer een check door een vakman als de installatie 3 tot 5 jaar oud is. Tussendoor kijkt u zelf regelmatig vanaf de grond.

Hulp van Eplus

Bronnen

  1. Zonnepanelen in het stopcontact? Denk na over de risico's, NEN (normcommissies NEC 82 en NEC 64), NEN 1010:2020+C1:2024. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  2. NEN 1010 Laagspanningsinstallaties (themapagina), NEN, NEN 1010:2020+C1:2024. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  3. Handreiking risicobeheersing: advies veilige PV-systemen, Brandweer Nederland (met IFV/NIPV). Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  4. Antwoord op Kamervragen over branden met zonnepanelen, Tweede Kamer (antwoord minister van VRO, mede namens JenV). Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  5. Inventarisatie PV-branden (TNO 2019 P10287), TNO (in opdracht van RVO). Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  6. Brandveilige zonnepanelen: tips, Brandweer Nederland. Geraadpleegd op . Bekijk de bron
  7. Informatie voor eigenaren van installaties, SCIOS. Geraadpleegd op . Bekijk de bron

Hulp nodig van Eplus Elektro?

Twijfelt u of de omvormer op een eigen groep zit, of slaat de groep van de zonnepanelen steeds af? Laat de groep, de aardlekschakelaar en de bekabeling in huis nalopen. Voor de panelen op het dak blijft de installateur van de panelen uw aanspreekpunt.

Laat uw installatie nalopen
Bellen WhatsApp Offerte